BWBR0015150
Geldig vanaf 21-06-2003
Artikel 2
Voorwaarden deelname examen keurmeester lichte voertuigen
1. De in artikel 1, eerste lid, onder g genoemde verklaring wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma's:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleidingen VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester lichte voertuigen of het diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e, of g tot en met i genoemde diploma's, of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Personenautotechniek en / of Bedrijfsautotechniek.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweede lid , onder a tot en met f, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
4. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweed lid onder g tot en met i, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
5. Onder de in artikel 2,derde en vierde lid, genoemde praktijkervaring wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. de avonduren, of
b. vakantieperiodes, of
c. een dagopleiding.
Relevante stageperiodes worden meegerekend voor de genoemde praktijkervaring, indien de aanvrager een stageverklaring overlegt.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma's:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleidingen VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester lichte voertuigen of het diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e, of g tot en met i genoemde diploma's, of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Personenautotechniek en / of Bedrijfsautotechniek.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweede lid , onder a tot en met f, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
4. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweed lid onder g tot en met i, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
5. Onder de in artikel 2,derde en vierde lid, genoemde praktijkervaring wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. de avonduren, of
b. vakantieperiodes, of
c. een dagopleiding.
Relevante stageperiodes worden meegerekend voor de genoemde praktijkervaring, indien de aanvrager een stageverklaring overlegt.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015150
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl