BWBR0015138
Geldig vanaf 2004-05-19
Artikel 4a
Legkippenbesluit 2003
1. Een kooi als bedoeld in artikel 2, derde lid, heeft:
a. een hoogte van ten minste 60 cm aan de zijde van de kooi waar de voerbak zich bevindt;
b. een hoogte van ten minste 50 cm boven de bruikbare oppervlakte;
c. een oppervlakte van ten minste 25.000 cm2, en
d. ten minste twee zitstokken.
2. Legkippen die worden gehuisvest in een kooi als bedoeld in artikel 2, derde lid, hebben ten minste de beschikking over:
a. 800 cm2 bruikbare oppervlakte per legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en 900 cm2 bruikbare oppervlakte per legkip met een gewicht van meer dan twee kilogram;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte waar de legkippen kunnen scharrelen en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van ten minste 15 cm per legkip en een vrije ruimte boven de zitstok van ten minste 20 cm;
e. een voerbak met een lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant van ten minste 12 cm per legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en van ten minste 14.5 cm per legkip met een gewicht van meer dan twee kilogram;
f. een passende voorziening die het doorgroeien van nagels tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drink-nippels of drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip bereikbaar zijn.
3. De zitstokken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden op verschillende hoogtes in de kooi geplaatst.
4. Het nest, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is minder verlicht dan andere gedeelten van de kooi en heeft een oppervlak van ten minste:
a. 2700 cm2, wanneer in de kooi 30 of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.
5. De met strooisel bedekte ruimte, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, heeft een oppervlak van ten minste:
a. 2700 cm2, wanneer in de kooi 30 of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.
a. een hoogte van ten minste 60 cm aan de zijde van de kooi waar de voerbak zich bevindt;
b. een hoogte van ten minste 50 cm boven de bruikbare oppervlakte;
c. een oppervlakte van ten minste 25.000 cm2, en
d. ten minste twee zitstokken.
2. Legkippen die worden gehuisvest in een kooi als bedoeld in artikel 2, derde lid, hebben ten minste de beschikking over:
a. 800 cm2 bruikbare oppervlakte per legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en 900 cm2 bruikbare oppervlakte per legkip met een gewicht van meer dan twee kilogram;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte waar de legkippen kunnen scharrelen en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van ten minste 15 cm per legkip en een vrije ruimte boven de zitstok van ten minste 20 cm;
e. een voerbak met een lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant van ten minste 12 cm per legkip met een gewicht van ten hoogste twee kilogram en van ten minste 14.5 cm per legkip met een gewicht van meer dan twee kilogram;
f. een passende voorziening die het doorgroeien van nagels tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drink-nippels of drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip bereikbaar zijn.
3. De zitstokken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, worden op verschillende hoogtes in de kooi geplaatst.
4. Het nest, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is minder verlicht dan andere gedeelten van de kooi en heeft een oppervlak van ten minste:
a. 2700 cm2, wanneer in de kooi 30 of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.
5. De met strooisel bedekte ruimte, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, heeft een oppervlak van ten minste:
a. 2700 cm2, wanneer in de kooi 30 of minder legkippen worden gehouden, of
b. 90 cm2 per legkip, wanneer in de kooi meer dan 30 legkippen worden gehouden.