BWBR0015134
Geldig vanaf 2003-05-30
Artikel 8
Uitvoeringsregeling wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen
1. Indien de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, door middel van een aanvullend verzoek om bijstand bij invordering als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet te kennen heeft gegeven dat het bedrag van de schuldvordering waarop het verzoek tot invordering of tot het nemen van conservatoire maatregelen betrekking heeft, is verlaagd, wordt de ingestelde actie tot invordering of tot het nemen van conservatoire maatregelen voortgezet, maar deze actie blijft beperkt tot het nog niet betaalde bedrag.
2. Indien op het tijdstip waarop de bevoegde autoriteit in Nederland op de hoogte wordt gesteld van de in het eerste lid bedoelde verlaging van het bedrag van de schuldvordering, reeds een bedrag is ingevorderd dat het nog verschuldigde bedrag overschrijdt maar dat nog niet is overgemaakt aan de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, wordt het teveel ingevorderde bedrag aan de rechthebbende uitbetaald.
2. Indien op het tijdstip waarop de bevoegde autoriteit in Nederland op de hoogte wordt gesteld van de in het eerste lid bedoelde verlaging van het bedrag van de schuldvordering, reeds een bedrag is ingevorderd dat het nog verschuldigde bedrag overschrijdt maar dat nog niet is overgemaakt aan de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, wordt het teveel ingevorderde bedrag aan de rechthebbende uitbetaald.