BWBR0015129
Geldig vanaf 2004-12-23
Artikel 2
Mandaatbesluit vergunningen, ontheffingen en goedkeuringen Kernenergiewet
1. Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewetvoor het bereiden, het voorhanden hebben, het toepassen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen.
2. In afwijking van het eerste lid wordt aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien deze beslissingen worden genomen met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
3. Aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewetvoor het vervoeren, of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen.
4. In afwijking van het tweede lid wordt aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewetvoor het voorhanden hebben, het toepassen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen ten behoeve van tracerexperimenten met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
2. In afwijking van het eerste lid wordt aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien deze beslissingen worden genomen met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
3. Aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewetvoor het vervoeren, of het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen.
4. In afwijking van het tweede lid wordt aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mandaat verleend om te beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewetvoor het voorhanden hebben, het toepassen en het zich ontdoen van radioactieve stoffen ten behoeve van tracerexperimenten met betrekking tot een inrichting waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.