BWBR0015101
Geldig vanaf 2003-11-25
Artikel 5
Tijdelijke stimuleringsregeling samenwerkingsverband Bbz en IOAZ
1. Bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd:
a. een door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst ondertekend document, waaruit blijkt dat het college van burgemeester en wethouders dat de subsidie aanvraagt, daartoe door hen is aangewezen;
b. een afschrift van de overeenkomst;
c. een projectplan met betrekking tot de totstandbrenging van een samenwerkingsverband Bbz-IOAZ;
d. een opgave van de beoogde feitelijke personele formatie van het tot stand te brengen samenwerkingsverband Bbz-IOAZ.
2. De minister ontvangt uiterlijk 15 november 2003 de subsidieaanvraag.
a. een door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die partij zijn bij de overeenkomst ondertekend document, waaruit blijkt dat het college van burgemeester en wethouders dat de subsidie aanvraagt, daartoe door hen is aangewezen;
b. een afschrift van de overeenkomst;
c. een projectplan met betrekking tot de totstandbrenging van een samenwerkingsverband Bbz-IOAZ;
d. een opgave van de beoogde feitelijke personele formatie van het tot stand te brengen samenwerkingsverband Bbz-IOAZ.
2. De minister ontvangt uiterlijk 15 november 2003 de subsidieaanvraag.