BWBR0015098
Geldig vanaf 2003-11-25
Artikel 8
Tijdelijke stimuleringsregeling samenwerkingsverband Abw
1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidiesbedraagt de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, € 20.000,-.
2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidiesbedraagt de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 7, tweede lid, € 25.000,- per bij de overeenkomst betrokken college van burgemeester en wethouders, oplopend tot een maximum van € 250.000,- bij 10 of meer bij de overeenkomst betrokken colleges van burgemeester en wethouders.
3. De subsidie, bedoeld in het tweede lid, wordt verhoogd met:
a. € 50.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 500, doch minder dan 1000 bedraagt;
b. € 75.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 1000, doch minder dan 1500 bedraagt;
c. € 100.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 1500, doch minder dan 2000 bedraagt; of
d. € 125.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 2000 bedraagt.
4. De omvang van het aantal uitkeringen, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld op grond van de kwartaaldeclaratie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling financiering en verantwoording Abw, IOAW en IOAZover het vierde kwartaal van 2002.
2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidiesbedraagt de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 7, tweede lid, € 25.000,- per bij de overeenkomst betrokken college van burgemeester en wethouders, oplopend tot een maximum van € 250.000,- bij 10 of meer bij de overeenkomst betrokken colleges van burgemeester en wethouders.
3. De subsidie, bedoeld in het tweede lid, wordt verhoogd met:
a. € 50.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 500, doch minder dan 1000 bedraagt;
b. € 75.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 1000, doch minder dan 1500 bedraagt;
c. € 100.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 1500, doch minder dan 2000 bedraagt; of
d. € 125.000,-, indien het aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de Abw wordt verstrekt in de gemeenten waarvan de colleges van burgemeester en wethouders bij de overeenkomst zijn betrokken, meer dan 2000 bedraagt.
4. De omvang van het aantal uitkeringen, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld op grond van de kwartaaldeclaratie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling financiering en verantwoording Abw, IOAW en IOAZover het vierde kwartaal van 2002.