BWBR0015047
Geldig vanaf 2006-12-11
Artikel 3
Besluit elektronische handtekeningen
Certificaten als bedoeld in artikel 18.15, tweede lid, van de wetbevatten ten minste:
a. de vermelding dat het certificaat als gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven;
b. de identificatie en het land van vestiging van de afgevende certificatiedienstverlener;
c. de naam van de ondertekenaar of een als zodanig geïdentificeerd pseudoniem;
d. ruimte voor een specifiek attribuut van de ondertekenaar, dat indien nodig, afhankelijk van het doel van het gekwalificeerde certificaat, wordt vermeld;
e. gegevens voor het verifiëren van de handtekening die overeenstemmen met de gegevens voor het aanmaken van de handtekening die onder controle van de ondertekenaar staan;
f. vermelding van het tijdstippen van het begin en van het einde van de geldigheidsduur van het gekwalificeerde certificaat;
g. de identiteitscode van het gekwalificeerde certificaat;
h. de elektronische handtekening van de afgevende certificatiedienstverlener die voldoet aan de criteria van artikel 15a, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
i. eventuele beperkingen betreffende het gebruik van het gekwalificeerde certificaat, en
j. eventuele grenzen met betrekking tot de waarde van de transacties waarvoor het gekwalificeerde certificaat kan worden gebruikt.
a. de vermelding dat het certificaat als gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven;
b. de identificatie en het land van vestiging van de afgevende certificatiedienstverlener;
c. de naam van de ondertekenaar of een als zodanig geïdentificeerd pseudoniem;
d. ruimte voor een specifiek attribuut van de ondertekenaar, dat indien nodig, afhankelijk van het doel van het gekwalificeerde certificaat, wordt vermeld;
e. gegevens voor het verifiëren van de handtekening die overeenstemmen met de gegevens voor het aanmaken van de handtekening die onder controle van de ondertekenaar staan;
f. vermelding van het tijdstippen van het begin en van het einde van de geldigheidsduur van het gekwalificeerde certificaat;
g. de identiteitscode van het gekwalificeerde certificaat;
h. de elektronische handtekening van de afgevende certificatiedienstverlener die voldoet aan de criteria van artikel 15a, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
i. eventuele beperkingen betreffende het gebruik van het gekwalificeerde certificaat, en
j. eventuele grenzen met betrekking tot de waarde van de transacties waarvoor het gekwalificeerde certificaat kan worden gebruikt.