BWBR0015025
Geldig vanaf 2003-05-04
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal voor Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken
Aan de directeur-generaal is voorbehouden het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:
a. onderwerpen die twee of meer directies van zijn dienstonderdeel raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
b. personeelsaangelegenheden, met uitzondering van het verlenen van vakantie en kort buitengewoon verlof en het accorderen van aanvragen voor dienstreizen buitenland voor leden van het managementteam niet zijnde directeuren, de clusterleiders en de medewerkers alsmede het accorderen van reisdeclaraties binnenland;
c. het aangaan van financiële verplichtingen boven het bedrag van € 500 000;
d. aangelegenheden op het werkterrein van een directeur: 1°. ten aanzien waarvan de directeur-generaal in een incidenteel geval aan een directeur mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een directeur aan de directeur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, omdat zij naar het oordeel van die directeur door de directeur-generaal moeten worden behandeld, tenzij zij naar het oordeel van de directeur-generaal door een andere directeur moeten worden behandeld.
1°. ten aanzien waarvan de directeur-generaal in een incidenteel geval aan een directeur mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een directeur aan de directeur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, omdat zij naar het oordeel van die directeur door de directeur-generaal moeten worden behandeld, tenzij zij naar het oordeel van de directeur-generaal door een andere directeur moeten worden behandeld.
a. onderwerpen die twee of meer directies van zijn dienstonderdeel raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
b. personeelsaangelegenheden, met uitzondering van het verlenen van vakantie en kort buitengewoon verlof en het accorderen van aanvragen voor dienstreizen buitenland voor leden van het managementteam niet zijnde directeuren, de clusterleiders en de medewerkers alsmede het accorderen van reisdeclaraties binnenland;
c. het aangaan van financiële verplichtingen boven het bedrag van € 500 000;
d. aangelegenheden op het werkterrein van een directeur: 1°. ten aanzien waarvan de directeur-generaal in een incidenteel geval aan een directeur mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een directeur aan de directeur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, omdat zij naar het oordeel van die directeur door de directeur-generaal moeten worden behandeld, tenzij zij naar het oordeel van de directeur-generaal door een andere directeur moeten worden behandeld.
1°. ten aanzien waarvan de directeur-generaal in een incidenteel geval aan een directeur mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of
2°. die door een directeur aan de directeur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, omdat zij naar het oordeel van die directeur door de directeur-generaal moeten worden behandeld, tenzij zij naar het oordeel van de directeur-generaal door een andere directeur moeten worden behandeld.