BWBR0015011
Geldig vanaf 2003-09-18
Artikel 9
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsverhoudingen 2003
Aan de hoofden, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 7, wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voor zover het betreft: 1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur Arbeidsverhoudingen moeten worden afgedaan.
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voor zover het betreft: 1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur Arbeidsverhoudingen moeten worden afgedaan.