BWBR0015008
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel II
Concessiewet personenvervoer per trein
1. Tot zes maanden na het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van deze wet in werking is getreden is <a href="/wet/BWBR0011470/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19 van de Wet personenvervoer 2000</a>niet van toepassing op openbaar vervoer per trein dat gedurende die periode wordt verricht ter uitvoering van een voor dat tijdstip tot stand gekomen openbare-dienstcontract als bedoeld in artikel 14 van verordening (EEG) nr. 1191/69van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1969 betreffende het optreden van de lidstaten ten aanzien van met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PbEG L 156).
2. Tot zes maanden na het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van deze wet in werking is getreden is <a href="/wet/BWBR0011470/artikel/60a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 60a van de Wet personenvervoer 2000</a>niet van toepassing op concessies voor openbaar vervoer per trein dat voordien werd verricht ter uitvoering van een openbare-dienstcontract als bedoeld in het eerste lid.
2. Tot zes maanden na het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van deze wet in werking is getreden is <a href="/wet/BWBR0011470/artikel/60a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 60a van de Wet personenvervoer 2000</a>niet van toepassing op concessies voor openbaar vervoer per trein dat voordien werd verricht ter uitvoering van een openbare-dienstcontract als bedoeld in het eerste lid.