BWBR0015001
Geldig vanaf 2003-05-01
Artikel 2
Regeling stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden
1. De stankemissie vanuit een veehouderij is de som van de stankemissie vanuit de dieren verblijven en de stankemissie vanuit de mestverwerkinginstallaties.
2. De stankemissie, veroorzaakt door de dierenverblijven is de som van de voor de verschillende diercategorieën, gehouden in de onderscheiden huisvesting, berekende aantallen mestvarkeneenheden. Het aantal mestvarkeneenheden van een diercategorie is het aantal dieren dat op grond van de vergunning aanwezig mag zijn, gedeeld door de in bijlage 1voor de betreffende categorie opgenomen omrekeningsfactor. Indien voor een diercategorie geen omrekeningsfactor is vastgesteld, wordt die categorie bij het berekenen van de stankemissie buiten beschouwing gelaten.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de stankemissie veroorzaakt door de mestverwerkinginstallaties op nul mestvarkeneenheden gesteld.
2. De stankemissie, veroorzaakt door de dierenverblijven is de som van de voor de verschillende diercategorieën, gehouden in de onderscheiden huisvesting, berekende aantallen mestvarkeneenheden. Het aantal mestvarkeneenheden van een diercategorie is het aantal dieren dat op grond van de vergunning aanwezig mag zijn, gedeeld door de in bijlage 1voor de betreffende categorie opgenomen omrekeningsfactor. Indien voor een diercategorie geen omrekeningsfactor is vastgesteld, wordt die categorie bij het berekenen van de stankemissie buiten beschouwing gelaten.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de stankemissie veroorzaakt door de mestverwerkinginstallaties op nul mestvarkeneenheden gesteld.