1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt in geval van een reguliere dienstbetrekking met een arbeidsduur van 32 uren of meer per week:
a. voor de sector zorg € 3500;
b. voor de sector welzijn € 4000;
c. voor de sector jeugdhulpverlening € 3500;
d. voor de sector cultuur € 9000;
e. voor de sector kinderopvang € 2500.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt naar rato van 32 uren verminderd wanneer de arbeidsduur van de reguliere dienstbetrekking minder dan 32 uren per week bedraagt.
3. De subsidie wordt verleend voor een tijdvak dat eindigt op de datum waarop het tijdvak eindigt waarvoor de subsidie op grond van de
Stimuleringsregelingwordt verleend.
4. De subsidies worden bij wijze van voorschot betaalbaar gesteld op het tijdstip, bedoeld in
artikel 7, vierde lid, van de Stimuleringsregeling.