BWBR0014968
Geldig vanaf 2003-04-17
Artikel 6
Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2003
1. Er is een projectgroep die de Minister adviseert omtrent de aanvragen op grond van deze regeling.
2. De projectgroep bestaat uit ten minste een voorzitter en twee leden.
3. De projectgroep stelt zelf haar werkwijze vast.
4. De projectgroep geeft in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;
b. indien het aannemelijk is dat het project niet binnen 12 maanden na de datum van toekenning van de gelden kan zijn afgerond;
c. indien het aannemelijk is dat het project niet geheel kan worden uitgevoerd;
d. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) het resterende gedeelte van de financiering niet kunnen opbrengen;
e. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) niet de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren.
5. De projectgroep rangschikt per deelgebied de aanvragen waarop positief wordt geadviseerd zodanig dat een project hoger wordt gerangschikt naar mate:
a. het project een groter bereik heeft gezien de doelgroep van het project;
b. het project in samenwerking met meer (lokale) instanties wordt opgezet;
c. het project vernieuwende elementen naast de bestaande toevoegt;
d. beter is aangegeven hoe resultaten aan een effectevaluatie worden onderworpen.
6. De projectgroep ziet toe op voldoende geografische spreiding van de projecten .
7. De beschikbare gelden per deelgebied(en) worden in volgorde van de rangschikking van de aanvragen verdeeld tot het vastgestelde plafond van gelden voor een deelgebied is bereikt.
2. De projectgroep bestaat uit ten minste een voorzitter en twee leden.
3. De projectgroep stelt zelf haar werkwijze vast.
4. De projectgroep geeft in ieder geval een negatief advies:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;
b. indien het aannemelijk is dat het project niet binnen 12 maanden na de datum van toekenning van de gelden kan zijn afgerond;
c. indien het aannemelijk is dat het project niet geheel kan worden uitgevoerd;
d. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) het resterende gedeelte van de financiering niet kunnen opbrengen;
e. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) niet de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren.
5. De projectgroep rangschikt per deelgebied de aanvragen waarop positief wordt geadviseerd zodanig dat een project hoger wordt gerangschikt naar mate:
a. het project een groter bereik heeft gezien de doelgroep van het project;
b. het project in samenwerking met meer (lokale) instanties wordt opgezet;
c. het project vernieuwende elementen naast de bestaande toevoegt;
d. beter is aangegeven hoe resultaten aan een effectevaluatie worden onderworpen.
6. De projectgroep ziet toe op voldoende geografische spreiding van de projecten .
7. De beschikbare gelden per deelgebied(en) worden in volgorde van de rangschikking van de aanvragen verdeeld tot het vastgestelde plafond van gelden voor een deelgebied is bereikt.