BWBR0014857
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 8
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Arbeidsomstandigheden en Sociale Verzekeringen 2003
1. Elk van de directeuren alsmede het hoofd stafbureau is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van zijn directie dan wel stafbureau, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de directeur-generaal.
2. Aan elke directeur alsmede het hoofd stafbureau wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. de in artikel 3, eerste lid, onder e, genoemde personeelsaangelegenheden;
b. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van de onder elk van hen ressorterende functionarissen.
3. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies, het verlenen en vaststellen van rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein, met dien verstande dat voor verlening van subsidies van meer dan € 125.000,- voorafgaande inhoudelijke instemming van de directeur-generaal vereist is.
4. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,- per overeenkomst, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,- per overeenkomst, maar overeenkomsten met een waarde van meer dan € 125.000,- slechts na voorafgaande inhoudelijke instemming van de directeur-generaal:
a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een mantelovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder de directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;
f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek.
2. Aan elke directeur alsmede het hoofd stafbureau wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. de in artikel 3, eerste lid, onder e, genoemde personeelsaangelegenheden;
b. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van de onder elk van hen ressorterende functionarissen.
3. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies, het verlenen en vaststellen van rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein, met dien verstande dat voor verlening van subsidies van meer dan € 125.000,- voorafgaande inhoudelijke instemming van de directeur-generaal vereist is.
4. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,- per overeenkomst, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,- per overeenkomst, maar overeenkomsten met een waarde van meer dan € 125.000,- slechts na voorafgaande inhoudelijke instemming van de directeur-generaal:
a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een mantelovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder de directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;
f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek.