BWBR0014836
Geldig vanaf 28-05-2006
Artikel 3
Verordening HPA wratziekte 2003
1. De voorzitter is, namens het bestuur, bevoegd bij besluit, gehoord de commissie, andere dan de in de bijlagen 1, 2 en 3 onder A en B genoemde gebieden onderscheidenlijk de in de bijlagen 1, 2 en 3 onder B en C genoemde rassen, vanwege te nemen preventieve maatregelen teneinde uitbreiding van wratziekte te voorkomen, aan te wijzen, totdat bij verordening tot wijziging van de betreffendebijlage daarin is voorzien. Als dan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken.
2. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften vaststellen.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van haar bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
4. De secretaris kan, namens het bestuur, op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, en kan daarbij nadere voorschriften vaststellen.
2. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften vaststellen.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van haar bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
4. De secretaris kan, namens het bestuur, op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, en kan daarbij nadere voorschriften vaststellen.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014836
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl