BWBR0014810
Geldig vanaf 2003-03-14
Artikel 3
Regeling subsidie opkoop in vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003
1. Voor de subsidie voor opkoop ter destructie van vleeskuikens, vleeseenden, vleeskalkoenen, parelhoenders en opfokhennen komen in aanmerking natuurlijke personen en rechtspersonen die, in voorkomend geval blijkens de statuten, een landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 2exploiteren.
2. De subsidie voor opkoop ter destructie van de dieren om welzijnsredenen wordt verstrekt voor:
a) vleeskuikens die gedurende een periode van tenminste 43 dagen deel uitmaken van een koppel waarvan bij het opzetten de dichtheid maximaal 22 dieren per m2 staloppervlakte bedroeg;
b) vleeskuikens die gedurende een periode van tenminste 36 dagen deel uitmaken van een koppel waarvan bij het opzetten de dichtheid minimaal 23 dieren per m2 staloppervlakte bedroeg;
c) vleeseenden die gedurende een periode van tenminste 46 dagen deel uitmaken van een koppel;
d) vleeskalkoenen die, voor hennen, gedurende een periode van tenminste 113 dagen deel uitmaken van een koppel en voor hanen gedurende een periode van tenminste 148 dagen deel uitmaken van een koppel;
e) parelhoenders die gedurende een periode van tenminste 84 dagen deel uitmaken van een koppel;
f) opfokhennen als bedoeld in rubriek 276 van het beschrijvingsbiljet, die gedurende een periode van ten minste 134 dagen deel uitmaken van een koppel en voor opfokhennen als bedoeld in rubriek 273 die gedurende een periode van tenminste 141 dagen deel uitmaken van een koppel.
3. De subsidie voor de opkoop ter destructie van vleeskuikens, vleeseenden, vleeskalkoenen, parelhoenders en opfokhennen om welzijnsredenen, wordt alleen verstrekt indien alle op de betrokken overeenkomstig artikel 1, eerste lid, onderdeel j van de Meststoffenwetgeregistreerde locatie van het bedrijf aanwezige overige vleeskuikens, vleeseenden, vleeskalkoenen, parelhoenders en opfokhennen ter destructie worden opgekocht.
4. De subsidie bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, wordt niet verstrekt indien een landbouwbedrijf op dezelfde locatie over zowel een opfokstal als een productiestal beschikt en de welzijnsproblemen voor de opfokhennen kunnen worden opgelost door deze te verplaatsen naar de productiestal, zonodig onder de krachtens de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003 toegestane afvoer ter slacht van de in de productiestal aanwezige kippen.
5. In afwijking van het tweede lid komen, indien een landbouwbedrijf op dezelfde locatie over zowel een opfokstal als een productiestal beschikt en de welzijnsproblemen voor de opfokhennen kunnen worden opgelost door deze te verplaatsen naar de productiestal, alleen voor subsidie voor opkoop ter destructie in aanmerking de in de productiestal aanwezige kippen ouder dan 50 weken in geval het vleesproductiedieren betreft en ouder dan 60 weken in geval het leghennen betreft, voor zover de afvoer ter slacht van deze kippen niet is toegestaan krachtens de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003.
6. De voorwaarde bedoeld in het derde lid geldt niet:
- voor kippen die zich bevinden in productiestallen;
- voor zover het afvoeren van de overige dieren ter slacht, of het verplaatsen ervan van opfokbedrijf naar productiebedrijf is toegestaan krachtens de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003;
- indien welzijnsproblemen voor de overige opfokhennen kunnen worden voorkomen door verplaatsing van opfokstal naar productiestal op hetzelfde bedrijf.
2. De subsidie voor opkoop ter destructie van de dieren om welzijnsredenen wordt verstrekt voor:
a) vleeskuikens die gedurende een periode van tenminste 43 dagen deel uitmaken van een koppel waarvan bij het opzetten de dichtheid maximaal 22 dieren per m2 staloppervlakte bedroeg;
b) vleeskuikens die gedurende een periode van tenminste 36 dagen deel uitmaken van een koppel waarvan bij het opzetten de dichtheid minimaal 23 dieren per m2 staloppervlakte bedroeg;
c) vleeseenden die gedurende een periode van tenminste 46 dagen deel uitmaken van een koppel;
d) vleeskalkoenen die, voor hennen, gedurende een periode van tenminste 113 dagen deel uitmaken van een koppel en voor hanen gedurende een periode van tenminste 148 dagen deel uitmaken van een koppel;
e) parelhoenders die gedurende een periode van tenminste 84 dagen deel uitmaken van een koppel;
f) opfokhennen als bedoeld in rubriek 276 van het beschrijvingsbiljet, die gedurende een periode van ten minste 134 dagen deel uitmaken van een koppel en voor opfokhennen als bedoeld in rubriek 273 die gedurende een periode van tenminste 141 dagen deel uitmaken van een koppel.
3. De subsidie voor de opkoop ter destructie van vleeskuikens, vleeseenden, vleeskalkoenen, parelhoenders en opfokhennen om welzijnsredenen, wordt alleen verstrekt indien alle op de betrokken overeenkomstig artikel 1, eerste lid, onderdeel j van de Meststoffenwetgeregistreerde locatie van het bedrijf aanwezige overige vleeskuikens, vleeseenden, vleeskalkoenen, parelhoenders en opfokhennen ter destructie worden opgekocht.
4. De subsidie bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, wordt niet verstrekt indien een landbouwbedrijf op dezelfde locatie over zowel een opfokstal als een productiestal beschikt en de welzijnsproblemen voor de opfokhennen kunnen worden opgelost door deze te verplaatsen naar de productiestal, zonodig onder de krachtens de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003 toegestane afvoer ter slacht van de in de productiestal aanwezige kippen.
5. In afwijking van het tweede lid komen, indien een landbouwbedrijf op dezelfde locatie over zowel een opfokstal als een productiestal beschikt en de welzijnsproblemen voor de opfokhennen kunnen worden opgelost door deze te verplaatsen naar de productiestal, alleen voor subsidie voor opkoop ter destructie in aanmerking de in de productiestal aanwezige kippen ouder dan 50 weken in geval het vleesproductiedieren betreft en ouder dan 60 weken in geval het leghennen betreft, voor zover de afvoer ter slacht van deze kippen niet is toegestaan krachtens de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003.
6. De voorwaarde bedoeld in het derde lid geldt niet:
- voor kippen die zich bevinden in productiestallen;
- voor zover het afvoeren van de overige dieren ter slacht, of het verplaatsen ervan van opfokbedrijf naar productiebedrijf is toegestaan krachtens de Regeling vervoersbeperkingsgebieden pluimvee 2003;
- indien welzijnsproblemen voor de overige opfokhennen kunnen worden voorkomen door verplaatsing van opfokstal naar productiestal op hetzelfde bedrijf.