BWBR0014783
Geldig vanaf 2003-03-12
Artikel 3
Instellingsregeling Arbo Platform Nederland
1. De Minister benoemt de leden en de voorzitter van het overlegorgaan voor de periode van vier jaar, met de mogelijkheid van herbenoeming. Bij eventuele tussentijdse benoeming wegens vervanging geldt de benoeming voor de resterende periode.
2. Van de leden worden in ieder geval:
a. drie benoemd op voordracht van representatieve organisaties van werkgevers;
b. drie benoemd op voordracht van representatieve organisaties van werknemers;
c. twee benoemd namens de Branche Organisatie Arbodiensten;
d. drie benoemd uit kennis- of adviesinstellingen die behoren tot de arbokennisinfrastructuur;
e. een benoemd op voordracht van beroepsverenigingen van arboprofessionals;
f. twee benoemd die werkzaam zijn bij het Ministerie.
3. Voor alle leden worden plaatsvervangende leden benoemd, waarbij het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing zijn.
4. De leden van het overlegorgaan dragen een onafhankelijke voorzitter voor.
5. De voorzitter is voor de uitoefening van zijn taak verantwoording schuldig aan de Minister.
2. Van de leden worden in ieder geval:
a. drie benoemd op voordracht van representatieve organisaties van werkgevers;
b. drie benoemd op voordracht van representatieve organisaties van werknemers;
c. twee benoemd namens de Branche Organisatie Arbodiensten;
d. drie benoemd uit kennis- of adviesinstellingen die behoren tot de arbokennisinfrastructuur;
e. een benoemd op voordracht van beroepsverenigingen van arboprofessionals;
f. twee benoemd die werkzaam zijn bij het Ministerie.
3. Voor alle leden worden plaatsvervangende leden benoemd, waarbij het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing zijn.
4. De leden van het overlegorgaan dragen een onafhankelijke voorzitter voor.
5. De voorzitter is voor de uitoefening van zijn taak verantwoording schuldig aan de Minister.