BWBR0014761
Geldig vanaf 2003-03-07
Artikel 9
Instelling Tijdelijke commissie ongevallenonderzoek Defensie
1. De commissie brengt omtrent een door haar onderzocht voorval een eindrapport uit aan de Minister van Defensie.
2. Alvorens eindrapport uit te brengen, zendt de commissie het rapport, behoudens de gegevens die door de Minister van Defensie als gerubriceerd of vertrouwelijk zijn aangeduid, als vertrouwelijk concept aan diegenen wier handelen of nalaten blijkens het voorlopig oordeel van de commissie heeft bijgedragen aan het ontstaan van het voorval, dan wel de nabestaanden van een persoon als hiervoor bedoeld, alsmede aan diegenen wier verklaringen zijn opgenomen in het conceptrapport. De commissie zendt het conceptrapport tevens aan de Minister van Defensie. Betrokkenen kunnen schriftelijk commentaar leveren gedurende een termijn van twee weken, die aanvangt met ingang van de dag na die waarop het conceptrapport is verzonden. De commissie kan deze termijn ten hoogste een maal met twee weken verlengen.
3. De commissie maakt het eindrapport openbaar, behoudens de gegevens die door de Minister van Defensie als gerubriceerd of vertrouwelijk zijn aangeduid. Indien bepaalde informatie die naar het oordeel van de commissie wezenlijk is voor de analyse van de toedracht van het voorval of de onderbouwing van de conclusies, vanwege de Minister van Defensie niet in het eindrapport kan worden opgenomen, kan de commissie beslissen de informatie en de daarop gebaseerde conclusies en aanbevelingen aan de Minister van Defensie te zenden en af te zien van het uitbrengen van een openbaar eindrapport. De commissie doet hiervan mededeling aan betrokkenen.
4. Een conclusie of aanbeveling behelst niet het vaststellen van schuld of aansprakelijkheid van enige persoon wegens een voorval.
2. Alvorens eindrapport uit te brengen, zendt de commissie het rapport, behoudens de gegevens die door de Minister van Defensie als gerubriceerd of vertrouwelijk zijn aangeduid, als vertrouwelijk concept aan diegenen wier handelen of nalaten blijkens het voorlopig oordeel van de commissie heeft bijgedragen aan het ontstaan van het voorval, dan wel de nabestaanden van een persoon als hiervoor bedoeld, alsmede aan diegenen wier verklaringen zijn opgenomen in het conceptrapport. De commissie zendt het conceptrapport tevens aan de Minister van Defensie. Betrokkenen kunnen schriftelijk commentaar leveren gedurende een termijn van twee weken, die aanvangt met ingang van de dag na die waarop het conceptrapport is verzonden. De commissie kan deze termijn ten hoogste een maal met twee weken verlengen.
3. De commissie maakt het eindrapport openbaar, behoudens de gegevens die door de Minister van Defensie als gerubriceerd of vertrouwelijk zijn aangeduid. Indien bepaalde informatie die naar het oordeel van de commissie wezenlijk is voor de analyse van de toedracht van het voorval of de onderbouwing van de conclusies, vanwege de Minister van Defensie niet in het eindrapport kan worden opgenomen, kan de commissie beslissen de informatie en de daarop gebaseerde conclusies en aanbevelingen aan de Minister van Defensie te zenden en af te zien van het uitbrengen van een openbaar eindrapport. De commissie doet hiervan mededeling aan betrokkenen.
4. Een conclusie of aanbeveling behelst niet het vaststellen van schuld of aansprakelijkheid van enige persoon wegens een voorval.