BWBR0014755
Geldig vanaf 2003-02-28
Artikel 2
Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003
1. De verkrijger of houder van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte bestemd voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep, is voor het gebruik van die frequentieruimte een eenmalig bedrag verschuldigd.
2. De hoogte van het eenmalig bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor de periode van acht jaar, indien het betreft de in de bijlage, behorende bij deze regeling, genoemde vergunning voor onderscheidenlijk:
a. kavel A1: € 5.264.726;
b. kavel A3: € 5.343.304;
c. kavel A6: € 5.343.304;
d. kavel A7: € 5.107.570.
2. De hoogte van het eenmalig bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor de periode van acht jaar, indien het betreft de in de bijlage, behorende bij deze regeling, genoemde vergunning voor onderscheidenlijk:
a. kavel A1: € 5.264.726;
b. kavel A3: € 5.343.304;
c. kavel A6: € 5.343.304;
d. kavel A7: € 5.107.570.