BWBR0014730
Geldig vanaf 2010-08-04
Artikel 2a
Sanctieregeling Somalië 2003
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 bis van Verordening (EG) nr. 147/2003is de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene Douanewet. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 quater van Verordening (EG) nr. 147/2003is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
2. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 147/2003, zijn de Minister van Financiën voor zover het betreft financiering en financiële bijstand, bedoeld in voornoemd artikel 3, tweede lid, en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft technische bijstand, bedoeld in voornoemd artikel 3, tweede lid.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, en artikel 6, aanhef, van Verordening (EU) nr. 356/2010 is, wat betreft de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden, bedoeld in voornoemde artikelen, de Minister van Financiën.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, en artikel 6, aanhef, van Verordening (EU) nr. 356/2010 is, wat betreft de beschikbaarstelling van economische middelen, bedoeld in voornoemde artikelen, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
5. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 356/2010 zijn, elk voor het gebied waartoe hun competentie zich op grond van dat lid uitstrekt:
- de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
- de Minister van Financiën.
2. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 147/2003, zijn de Minister van Financiën voor zover het betreft financiering en financiële bijstand, bedoeld in voornoemd artikel 3, tweede lid, en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft technische bijstand, bedoeld in voornoemd artikel 3, tweede lid.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, en artikel 6, aanhef, van Verordening (EU) nr. 356/2010 is, wat betreft de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden, bedoeld in voornoemde artikelen, de Minister van Financiën.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, en artikel 6, aanhef, van Verordening (EU) nr. 356/2010 is, wat betreft de beschikbaarstelling van economische middelen, bedoeld in voornoemde artikelen, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
5. De bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 356/2010 zijn, elk voor het gebied waartoe hun competentie zich op grond van dat lid uitstrekt:
- de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
- de Minister van Financiën.