BWBR0014614
Geldig vanaf 2003-02-02
Artikel 2
Subsidieregeling internationale samenwerking milieubeheer 2003
De Staatssecretaris kan aan een aanvrager subsidie verstrekken in de kosten van een project ter bevordering van internationale samenwerking buiten Europa op het terrein van milieubeheer, dat bijdraagt aan:
a. het geven van concrete invulling aan en uitwerking van de werkprogramma's welke ressorteren onder de samenwerkingsovereenkomsten die door Nederland zijn afgesloten met Aruba, Canada, China, Indonesië, de Nederlandse Antillen, Verenigde Staten, Iran, Zuid-Afrika, Zuid-Korea;
b. het leveren van een concrete bijdrage aan de implementatie van Agenda 21, de uitkomsten van de World Summit on Sustainable Development (WSSD, Johannesburg 2002), de top Financing for Development (Monterrey 2002) en de Doha Development Agenda (Doha 2001), door samenwerking op basis van gelijkwaardigheid tussen partijen in de EU en één (of meer) ontwikkelingsland(en) op de navolgende thema's: 1. verduurzamen van productie en consumptieketens in combinatie met het vergroten van de markttoegang voor duurzaam geproduceerde goederen uit ontwikkelingslanden;
2. bevorderen van toegang tot energie en het aandeel van duurzame energie alsmede verbeteren van luchtkwaliteit;
3. duurzaam beheren en gebruiken van bossen, biodiversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen;
4. bevorderen van positieve duurzaamheidseffecten en verminderen van negatieve duurzaamheidseffecten van globalisering, alsmede het ontwikkelen en toepassen van duurzaamheidstoetsen en effectenstudies in dit verband;
5. ontwikkelen en toepassen van innovatieve financieringswijzen, anders dan alleen gericht op de inzet van ODA (Official Development Assistance);
6. verduurzamen van het beleid en de implementatie hiervan van door nationale en internationale financiële instellingen;
7. versterken van de internationale milieuarchitectuur.
1. verduurzamen van productie en consumptieketens in combinatie met het vergroten van de markttoegang voor duurzaam geproduceerde goederen uit ontwikkelingslanden;
2. bevorderen van toegang tot energie en het aandeel van duurzame energie alsmede verbeteren van luchtkwaliteit;
3. duurzaam beheren en gebruiken van bossen, biodiversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen;
4. bevorderen van positieve duurzaamheidseffecten en verminderen van negatieve duurzaamheidseffecten van globalisering, alsmede het ontwikkelen en toepassen van duurzaamheidstoetsen en effectenstudies in dit verband;
5. ontwikkelen en toepassen van innovatieve financieringswijzen, anders dan alleen gericht op de inzet van ODA (Official Development Assistance);
6. verduurzamen van het beleid en de implementatie hiervan van door nationale en internationale financiële instellingen;
7. versterken van de internationale milieuarchitectuur.
a. het geven van concrete invulling aan en uitwerking van de werkprogramma's welke ressorteren onder de samenwerkingsovereenkomsten die door Nederland zijn afgesloten met Aruba, Canada, China, Indonesië, de Nederlandse Antillen, Verenigde Staten, Iran, Zuid-Afrika, Zuid-Korea;
b. het leveren van een concrete bijdrage aan de implementatie van Agenda 21, de uitkomsten van de World Summit on Sustainable Development (WSSD, Johannesburg 2002), de top Financing for Development (Monterrey 2002) en de Doha Development Agenda (Doha 2001), door samenwerking op basis van gelijkwaardigheid tussen partijen in de EU en één (of meer) ontwikkelingsland(en) op de navolgende thema's: 1. verduurzamen van productie en consumptieketens in combinatie met het vergroten van de markttoegang voor duurzaam geproduceerde goederen uit ontwikkelingslanden;
2. bevorderen van toegang tot energie en het aandeel van duurzame energie alsmede verbeteren van luchtkwaliteit;
3. duurzaam beheren en gebruiken van bossen, biodiversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen;
4. bevorderen van positieve duurzaamheidseffecten en verminderen van negatieve duurzaamheidseffecten van globalisering, alsmede het ontwikkelen en toepassen van duurzaamheidstoetsen en effectenstudies in dit verband;
5. ontwikkelen en toepassen van innovatieve financieringswijzen, anders dan alleen gericht op de inzet van ODA (Official Development Assistance);
6. verduurzamen van het beleid en de implementatie hiervan van door nationale en internationale financiële instellingen;
7. versterken van de internationale milieuarchitectuur.
1. verduurzamen van productie en consumptieketens in combinatie met het vergroten van de markttoegang voor duurzaam geproduceerde goederen uit ontwikkelingslanden;
2. bevorderen van toegang tot energie en het aandeel van duurzame energie alsmede verbeteren van luchtkwaliteit;
3. duurzaam beheren en gebruiken van bossen, biodiversiteit en andere natuurlijke hulpbronnen;
4. bevorderen van positieve duurzaamheidseffecten en verminderen van negatieve duurzaamheidseffecten van globalisering, alsmede het ontwikkelen en toepassen van duurzaamheidstoetsen en effectenstudies in dit verband;
5. ontwikkelen en toepassen van innovatieve financieringswijzen, anders dan alleen gericht op de inzet van ODA (Official Development Assistance);
6. verduurzamen van het beleid en de implementatie hiervan van door nationale en internationale financiële instellingen;
7. versterken van de internationale milieuarchitectuur.