BWBR0014612
Geldig vanaf 2003-02-01
Artikel 1
Mandaatbesluit provincies Gelderland en Overijssel Saneringsregeling asbestbevattende wegen tweede fase
1. Aan het hoofd van de onderafdeling Afvalbewerking en Hergebruik van de dienst Milieu en water van de provincie Gelderland wordt mandaat verleend tot het geven van beschikkingen op aanvragen voor het doen verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 3 van de Saneringsregeling asbestwegen tweede fase, voorzover wegen en stroken, waarop die aanvragen betrekking hebben, zijn gelegen op het grondgebied van de provincie Gelderland, alsmede tot het intrekken of wijzigen van deze beschikkingen overeenkomstig artikel 7 van de Saneringsregeling asbestwegen tweede fase.
2. Aan het adjuncthoofd van de eenheid Water en Bodem van de provincie Overijssel wordt mandaat verleend tot het geven van beschikkingen op aanvragen voor het doen verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 3 van de Saneringsregeling asbestwegen tweede fase, voorzover wegen en stroken, waarop de aanvragen betrekking hebben, zijn gelegen op het grondgebied van de provincie Overijssel, alsmede tot het intrekken of wijzigen van deze beschikkingen overeenkomstig artikel 7 van de Saneringsregeling asbestwegen tweede fase.
3. De functionarissen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden tevens gemachtigd tot het afdoen van alle op de daarin bedoelde beschikkingen betrekking hebbende stukken.
2. Aan het adjuncthoofd van de eenheid Water en Bodem van de provincie Overijssel wordt mandaat verleend tot het geven van beschikkingen op aanvragen voor het doen verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 3 van de Saneringsregeling asbestwegen tweede fase, voorzover wegen en stroken, waarop de aanvragen betrekking hebben, zijn gelegen op het grondgebied van de provincie Overijssel, alsmede tot het intrekken of wijzigen van deze beschikkingen overeenkomstig artikel 7 van de Saneringsregeling asbestwegen tweede fase.
3. De functionarissen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden tevens gemachtigd tot het afdoen van alle op de daarin bedoelde beschikkingen betrekking hebbende stukken.