BWBR0014606
Geldig vanaf 2003-02-01
Artikel 15
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste:
a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;
b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1°. gemeenschappelijke regelingen;
2°. vennootschappen en coöperaties;
3°. stichtingen en verenigingen, en,
4°. overige verbonden partijen;
1°. gemeenschappelijke regelingen;
2°. vennootschappen en coöperaties;
3°. stichtingen en verenigingen, en,
4°. overige verbonden partijen;
c. de lijst van verbonden partijen.
2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:
a. de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
b. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
e. de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.
a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;
b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1°. gemeenschappelijke regelingen;
2°. vennootschappen en coöperaties;
3°. stichtingen en verenigingen, en,
4°. overige verbonden partijen;
1°. gemeenschappelijke regelingen;
2°. vennootschappen en coöperaties;
3°. stichtingen en verenigingen, en,
4°. overige verbonden partijen;
c. de lijst van verbonden partijen.
2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen:
a. de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt;
b. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar;
c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;
e. de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.