BWBR0014552
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 5
Regeling incidenten kredietinstellingen en verzekeraars
1. De instelling informeert de toezichthouder onverwijld omtrent incidenten indien:
a. aangifte van een incident bij justitiële autoriteiten zal plaatsvinden of is gedaan;
b. het voortbestaan van de instelling wordt bedreigd of zou kunnen worden bedreigd;
c. er sprake is van een ernstige tekortkoming in de opzet en werking van de maatregelen ter bevordering of handhaving van een integere bedrijfsvoering door de instelling;
d. mede gelet op verwachte publiciteit rekening behoort te worden gehouden met een ernstige mate van reputatieschade aan de instelling; of
e. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de toezichthouder in verband met haar toezichtstaak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd.
2. De in het eerste lid bedoelde informatie betreft ten minste:
a. de feiten en omstandigheden van het incident;
b. informatie over de functie, hoedanigheid en positie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd.
3. Op verzoek van de toezichthouder informeert de instelling de toezichthouder over de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen.
a. aangifte van een incident bij justitiële autoriteiten zal plaatsvinden of is gedaan;
b. het voortbestaan van de instelling wordt bedreigd of zou kunnen worden bedreigd;
c. er sprake is van een ernstige tekortkoming in de opzet en werking van de maatregelen ter bevordering of handhaving van een integere bedrijfsvoering door de instelling;
d. mede gelet op verwachte publiciteit rekening behoort te worden gehouden met een ernstige mate van reputatieschade aan de instelling; of
e. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de toezichthouder in verband met haar toezichtstaak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd.
2. De in het eerste lid bedoelde informatie betreft ten minste:
a. de feiten en omstandigheden van het incident;
b. informatie over de functie, hoedanigheid en positie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd.
3. Op verzoek van de toezichthouder informeert de instelling de toezichthouder over de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014552
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl