BWBR0014551
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 4
Regeling integriteitsgevoelige functies kredietinstellingen en verzekeraars
1. De instelling is verantwoordelijk voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degene die zich jegens de instelling verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden in een integriteitsgevoelige functie te verrichten.
2. De instelling kan de beoordeling van de betrouwbaarheid overlaten aan de werkgever van de betrokkene als bedoeld in het eerste lid onder de voorwaarde dat:
a. de instelling inzicht heeft inzicht in de administratieve en organisatorische procedures en maatregelen van de betrokken werkgever en heeft vastgesteld dat deze geen afbreuk doen aan de eigen administratieve en organisatorische procedures en maatregelen;
b. de instelling zich door middel van contractuele voorwaarden het recht voorbehoudt dat door of namens de instelling een onderzoek wordt ingesteld naar de mate van naleving van de gedelegeerde werkzaamheden.
3. De instelling controleert onder alle omstandigheden zelf de identiteit van betrokkene als bedoeld in het eerste lid.
2. De instelling kan de beoordeling van de betrouwbaarheid overlaten aan de werkgever van de betrokkene als bedoeld in het eerste lid onder de voorwaarde dat:
a. de instelling inzicht heeft inzicht in de administratieve en organisatorische procedures en maatregelen van de betrokken werkgever en heeft vastgesteld dat deze geen afbreuk doen aan de eigen administratieve en organisatorische procedures en maatregelen;
b. de instelling zich door middel van contractuele voorwaarden het recht voorbehoudt dat door of namens de instelling een onderzoek wordt ingesteld naar de mate van naleving van de gedelegeerde werkzaamheden.
3. De instelling controleert onder alle omstandigheden zelf de identiteit van betrokkene als bedoeld in het eerste lid.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014551
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl