BWBR0014538
Geldig vanaf 2014-12-10
Artikel 38o
Regeling identificatie en registratie van dieren
1. Een chip wordt onderhuids aan de linkerzijde van de hals of aan de dorsale zijde tussen de schouderbladen ingebracht.
2. De administratie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009019/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van het besluit</a>:
a. bevat de plaats in de hond waar de chip is ingebracht, bedoeld in het eerste lid, en
b. bevat de gegevens van de houder van de hond, bedoeld in artikel 7, derde of vierde lid, van het besluit.
3. De administratie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009019/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van het besluit</a>, wordt gedurende zeven jaar bewaard.
2. De administratie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009019/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van het besluit</a>:
a. bevat de plaats in de hond waar de chip is ingebracht, bedoeld in het eerste lid, en
b. bevat de gegevens van de houder van de hond, bedoeld in artikel 7, derde of vierde lid, van het besluit.
3. De administratie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0009019/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van het besluit</a>, wordt gedurende zeven jaar bewaard.