BWBR0014535
Geldig vanaf 2003-01-12
Artikel 4
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2003
1. Bij een beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden de volgende aspecten bezien:
a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;
c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk milieubeleid.
2. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, worden plusprojecten huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;
b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, worden projecten voor inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. ingeval van een beleidsproject inrichtingen: de aard en de uitvoerbaarheid van de in het beleidsplan inrichtingen aan te geven maatregelen;
b. ingeval van een kennisproject inrichtingen: de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en of er specifieke kennis en vaardigheden aan de bestaande kennis en vaardigheden worden toegevoegd;
c. ingeval van een uitvoeringsproject inrichtingen: de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en de wijze waarop het uit te voeren project daarbinnen is verankerd;
d. ingeval van een combinatieproject inrichtingen: de aspecten van projecten als bedoeld onder b en c.
a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;
c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk milieubeleid.
2. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, worden plusprojecten huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;
b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, worden projecten voor inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. ingeval van een beleidsproject inrichtingen: de aard en de uitvoerbaarheid van de in het beleidsplan inrichtingen aan te geven maatregelen;
b. ingeval van een kennisproject inrichtingen: de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en of er specifieke kennis en vaardigheden aan de bestaande kennis en vaardigheden worden toegevoegd;
c. ingeval van een uitvoeringsproject inrichtingen: de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en de wijze waarop het uit te voeren project daarbinnen is verankerd;
d. ingeval van een combinatieproject inrichtingen: de aspecten van projecten als bedoeld onder b en c.