BWBR0014440
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel XVII
Wijzigingswet belastingwetten c.a. (Vervolgwijzigingen in samenhang met de Belastingherziening 2001)
1. Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke Referendumwettreedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2003.
2. In afwijking van het eerste lid werken artikel I, onderdelen A, eerste lid, D, F, L, eerste lid, N tot en met O, Q, U, tweede en derde lid, V, tweede lid, W tot en met AD, AF, AJ, AK, eerste en derde lid, AT, AW, AX, AZ, BE en BF, artikel II, onderdelen A, C, tweede lid en derde lid, D tot en met I, en J, derde lid, artikel IV, onderdeel A, en artikel VI, onderdeel C, terug tot en met 1 januari 2001.
3. In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdeel B, terug tot en met 1 december 2001.
4. In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdeelAP, eerste lid, terug tot en met 31 december 2001.
5. In afwijking van het eerste lid werken artikel I, onderdelen H, I, Sa, AH, AV en BB, artikel II, onderdelen B en J, eerste en tweede lid, artikel IV, onderdelenAA, eerste en tweede lid, J, eerste lid, en K, artikel V, onderdelen E, F, G, I en J, artikel IX, artikel X, artikel XI, artikel XIIen artikel XIII, onderdeel B, terug tot en met 1 januari 2002.
6. In afwijking van het eerste lid werken de wijzigingen van artikel VII, onderdelen A, B en C, terug tot en met 1 januari 2002 en zijn voor het eerst van toepassing op leningen die zijn aangegaan na 31 december 2001.
7. In afwijking van het eerste lid werkt artikel XIII, onderdeel A, terug tot en met 16 juli 2002.
8. In afwijking van het eerste lid werkt artikel VII, onderdeel D, terug tot en met 26 juli 2002.
9. In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdelen C, U, eerste lid en vierde lid, V, eerste lid en derde lid, en BC, terug tot en met de datum waarop het voorstel van wet Wijziging van belastingwetten c.a. (Vervolgwijzigingen in samenhang met de Belastingherziening 2001) bij koninklijke boodschap aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is aangeboden.
10. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdelen J, tweede lid, en AR, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
11. De wijzigingen ingevolge artikel IV, onderdelenAA, derde lid, C, tweede en derde lid, en E, zijn voor het eerst van toepassing op leningen die zijn aangegaan na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
12. De wijzigingen ingevolge artikel IV, onderdelenAA, derde lid, C, tweede en derde lid, en E, zijn voorts van toepassing op geldleningen die zijn aangegaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, indien op of na dat tijdstip:
a. de voorwaarden waaronder de geldlening is aangegaan zodanig worden gewijzigd dat de lening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, bij de schuldenaar feitelijk gaat functioneren als eigen vermogen; of
b. ingeval het reeds een geldlening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 betreft: 10. de aflossingsdatum van de lening wordt verschoven naar een later tijdstip; of
20. een andere rechtspersoon in de plaats treedt van de schuldenaar, tenzij dit geschiedt in het kader van een fusie of splitsing waarbij de daarbij behaalde winst op de voet van artikel 14, 14a of 14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 buiten aanmerking blijft.
10. de aflossingsdatum van de lening wordt verschoven naar een later tijdstip; of
20. een andere rechtspersoon in de plaats treedt van de schuldenaar, tenzij dit geschiedt in het kader van een fusie of splitsing waarbij de daarbij behaalde winst op de voet van artikel 14, 14a of 14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 buiten aanmerking blijft.
13. Artikel IV, onderdeel C, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2002 en is van toepassing bij vervreemding, verkrijging of inkoop van deelnemingen op of na die datum.
2. In afwijking van het eerste lid werken artikel I, onderdelen A, eerste lid, D, F, L, eerste lid, N tot en met O, Q, U, tweede en derde lid, V, tweede lid, W tot en met AD, AF, AJ, AK, eerste en derde lid, AT, AW, AX, AZ, BE en BF, artikel II, onderdelen A, C, tweede lid en derde lid, D tot en met I, en J, derde lid, artikel IV, onderdeel A, en artikel VI, onderdeel C, terug tot en met 1 januari 2001.
3. In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdeel B, terug tot en met 1 december 2001.
4. In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdeelAP, eerste lid, terug tot en met 31 december 2001.
5. In afwijking van het eerste lid werken artikel I, onderdelen H, I, Sa, AH, AV en BB, artikel II, onderdelen B en J, eerste en tweede lid, artikel IV, onderdelenAA, eerste en tweede lid, J, eerste lid, en K, artikel V, onderdelen E, F, G, I en J, artikel IX, artikel X, artikel XI, artikel XIIen artikel XIII, onderdeel B, terug tot en met 1 januari 2002.
6. In afwijking van het eerste lid werken de wijzigingen van artikel VII, onderdelen A, B en C, terug tot en met 1 januari 2002 en zijn voor het eerst van toepassing op leningen die zijn aangegaan na 31 december 2001.
7. In afwijking van het eerste lid werkt artikel XIII, onderdeel A, terug tot en met 16 juli 2002.
8. In afwijking van het eerste lid werkt artikel VII, onderdeel D, terug tot en met 26 juli 2002.
9. In afwijking van het eerste lid werkt artikel I, onderdelen C, U, eerste lid en vierde lid, V, eerste lid en derde lid, en BC, terug tot en met de datum waarop het voorstel van wet Wijziging van belastingwetten c.a. (Vervolgwijzigingen in samenhang met de Belastingherziening 2001) bij koninklijke boodschap aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is aangeboden.
10. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdelen J, tweede lid, en AR, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
11. De wijzigingen ingevolge artikel IV, onderdelenAA, derde lid, C, tweede en derde lid, en E, zijn voor het eerst van toepassing op leningen die zijn aangegaan na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
12. De wijzigingen ingevolge artikel IV, onderdelenAA, derde lid, C, tweede en derde lid, en E, zijn voorts van toepassing op geldleningen die zijn aangegaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, indien op of na dat tijdstip:
a. de voorwaarden waaronder de geldlening is aangegaan zodanig worden gewijzigd dat de lening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, bij de schuldenaar feitelijk gaat functioneren als eigen vermogen; of
b. ingeval het reeds een geldlening in de zin van artikel 10, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 betreft: 10. de aflossingsdatum van de lening wordt verschoven naar een later tijdstip; of
20. een andere rechtspersoon in de plaats treedt van de schuldenaar, tenzij dit geschiedt in het kader van een fusie of splitsing waarbij de daarbij behaalde winst op de voet van artikel 14, 14a of 14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 buiten aanmerking blijft.
10. de aflossingsdatum van de lening wordt verschoven naar een later tijdstip; of
20. een andere rechtspersoon in de plaats treedt van de schuldenaar, tenzij dit geschiedt in het kader van een fusie of splitsing waarbij de daarbij behaalde winst op de voet van artikel 14, 14a of 14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 buiten aanmerking blijft.
13. Artikel IV, onderdeel C, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2002 en is van toepassing bij vervreemding, verkrijging of inkoop van deelnemingen op of na die datum.