BWBR0014411
Geldig vanaf 2002-12-18
Artikel 9
Uitvoeringsregeling Bsik
1. De begroting, bedoeld in artikel 14, derde lid, van het besluit bevat een overzicht van de voor het desbetreffende jaar geraamde inkomsten en uitgaven van de subsidieontvangers, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.
2. Voor zover van toepassing worden in ieder geval als afzonderlijke inkomstenposten vermeld:
a. de eigen inbreng van ieder van de deelnemers aan het kennisconsortium,
b. de bijdragen in de kosten van het kennisproject, afkomstig van de Commissie van de Europese Gemeenschappen,
c. de bijdragen in de kosten van het kennisproject, afkomstig van Nederlandse bestuursorganen, waarbij in ieder geval wordt aangegeven welk deel daarvan is verstrekt op grond van het besluit, welk deel is verstrekt als basissubsidie en welk deel is verstrekt als doelsubsidie,
d. overige inkomsten, zoals inkomsten uit rechten van intellectuele eigendom en rente.
3. Voor zover van toepassing worden in ieder geval als afzonderlijke uitgavenposten vermeld:
a. de geraamde loonkosten,
b. de kosten van aan te schaffen machines en apparatuur,
c. de kosten van gebruik van machines en apparatuur, verschuldigd aan een niet aan het kennisconsortium deelnemende universiteit of onderzoeksinstelling,
d. de kosten van te verbruiken materialen en hulpmiddelen,
e. de kosten die zullen worden gemaakt voor de verspreiding en overdracht van de te verkrijgen of verkregen kennis en
f. de kosten voor de verwerving en instandhouding van intellectuele eigendomsrechten op de resultaten van het kennisproject.
4. Bij de inkomstenposten en uitgavenposten wordt aangegeven of deze betrekking hebben op fundamenteel of industrieel onderzoek, dan wel op preconcurrentiële ontwikkeling.
5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
6. Vanaf het tweede jaar waarin het kennisproject wordt uitgevoerd, bevat de begroting tevens een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de jaarrekening van het jaar, voorafgaand aan het lopende jaar.
2. Voor zover van toepassing worden in ieder geval als afzonderlijke inkomstenposten vermeld:
a. de eigen inbreng van ieder van de deelnemers aan het kennisconsortium,
b. de bijdragen in de kosten van het kennisproject, afkomstig van de Commissie van de Europese Gemeenschappen,
c. de bijdragen in de kosten van het kennisproject, afkomstig van Nederlandse bestuursorganen, waarbij in ieder geval wordt aangegeven welk deel daarvan is verstrekt op grond van het besluit, welk deel is verstrekt als basissubsidie en welk deel is verstrekt als doelsubsidie,
d. overige inkomsten, zoals inkomsten uit rechten van intellectuele eigendom en rente.
3. Voor zover van toepassing worden in ieder geval als afzonderlijke uitgavenposten vermeld:
a. de geraamde loonkosten,
b. de kosten van aan te schaffen machines en apparatuur,
c. de kosten van gebruik van machines en apparatuur, verschuldigd aan een niet aan het kennisconsortium deelnemende universiteit of onderzoeksinstelling,
d. de kosten van te verbruiken materialen en hulpmiddelen,
e. de kosten die zullen worden gemaakt voor de verspreiding en overdracht van de te verkrijgen of verkregen kennis en
f. de kosten voor de verwerving en instandhouding van intellectuele eigendomsrechten op de resultaten van het kennisproject.
4. Bij de inkomstenposten en uitgavenposten wordt aangegeven of deze betrekking hebben op fundamenteel of industrieel onderzoek, dan wel op preconcurrentiële ontwikkeling.
5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
6. Vanaf het tweede jaar waarin het kennisproject wordt uitgevoerd, bevat de begroting tevens een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de jaarrekening van het jaar, voorafgaand aan het lopende jaar.