BWBR0014340
Geldig vanaf 01-02-2003
Artikel 4 Aw
Besluit toezicht op de rechtspersoon, bedoeld in artikel 16l van de Auteurswet 1912 — artikel 4
1. De rechtspersoon is gehouden het College van Toezicht vooraf schriftelijk te informeren over te nemen besluiten die van wezenlijke invloed zijn op de uitoefening door de rechtspersoon van haar wettelijke taken waaronder:
a. investeringen die een door het College van Toezicht bij reglement vast te stellen bedrag te boven gaan;
b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of het deelnemen in een vennootschap.
2. De leden van het College van Toezicht hebben toegang tot de kantoren van de rechtspersoon en kunnen de vergaderingen van het bestuur van de rechtspersoon bijwonen. De leden van het College van Toezicht hebben inzage in boeken en bescheiden en andere informatiedragers van de rechtspersoon een en ander voor zover kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitoefening van het toezicht.
3. Indien de rechtspersoon samenwerkt met of werkzaamheden laat verrichten door een derde, verband houdende met de inning en de verdeling van vergoedingen op grond van de Auteurswet 1912, blijft zij verantwoordelijk voor de uitoefening van deze taken. Zij draagt in dat geval zorg voor de beschikbaarheid voor het College van Toezicht van de financiële gegevens die relevant kunnen zijn voor de taakuitoefening van het College van Toezicht.
4. Het College van Toezicht kan, indien het daartoe gronden aanwezig acht, de boekhouding van de rechtspersoon laten onderzoeken door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De kosten van dit onderzoek komen voor rekening van de rechtspersoon.
a. investeringen die een door het College van Toezicht bij reglement vast te stellen bedrag te boven gaan;
b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of het deelnemen in een vennootschap.
2. De leden van het College van Toezicht hebben toegang tot de kantoren van de rechtspersoon en kunnen de vergaderingen van het bestuur van de rechtspersoon bijwonen. De leden van het College van Toezicht hebben inzage in boeken en bescheiden en andere informatiedragers van de rechtspersoon een en ander voor zover kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitoefening van het toezicht.
3. Indien de rechtspersoon samenwerkt met of werkzaamheden laat verrichten door een derde, verband houdende met de inning en de verdeling van vergoedingen op grond van de Auteurswet 1912, blijft zij verantwoordelijk voor de uitoefening van deze taken. Zij draagt in dat geval zorg voor de beschikbaarheid voor het College van Toezicht van de financiële gegevens die relevant kunnen zijn voor de taakuitoefening van het College van Toezicht.
4. Het College van Toezicht kan, indien het daartoe gronden aanwezig acht, de boekhouding van de rechtspersoon laten onderzoeken door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De kosten van dit onderzoek komen voor rekening van de rechtspersoon.
- Citeren als
- Art. 4 Aw
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014340
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl