1. Het maken van onderscheid tussen werknemers in de arbeidsvoorwaarden op grond van het al dan niet tijdelijke karakter van de arbeidsovereenkomst is verboden, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
2. Een beding in strijd met het eerste lid is nietig.
3. Het College, genoemd in
artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in dit artikel. De
artikelen 10,
11,
12,
13,
22en
23 van de Wet College voor de rechten van de menszijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 is niet van toepassing op een uitzendovereenkomst als bedoeld in
artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.