BWBR0014185
Geldig vanaf 2002-11-13
Artikel 3
Intrekking beleidsregels voor uitgifte locaties voor benzinestations langs rijkswegen
1. De toewijzing aan een benzineverkoopmaatschappij van een benzinestation langs een rijksweg, die overeenkomstig de in artikel 2 genoemde beleidsregels heeft plaatsgevonden voor inwerkingtreding van dit besluit, wordt geëerbiedigd met inachtneming van hetgeen in het op 13 april 2000 gesloten Convenant `Alternatief traject MDW Benzine Hoofdwegennet' is overeengekomen.
2. De aanwijzing van een exploitant van een benzinestation, die overeenkomstig de in artikel 2 genoemde beleidsregels heeft plaatsgevonden voor inwerkingtreding van dit besluit, wordt geëerbiedigd met inachtneming van hetgeen in het op 8 november 2001 gesloten Convenant `Onderliggende rechtsrelaties' is overeengekomen.
3. Indien een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden en de exploitant door het nog niet oprichten van het benzinestation door de benzineverkoopmaatschappij nog niet tot het exploiteren van het benzinestation over kon gaan, kan die exploitant na oprichting van het benzinestation, in afwijking van het op 8 november 2001 gesloten Convenant `Onderliggende rechtsrelaties', het benzinestation 19 jaren exploiteren.
2. De aanwijzing van een exploitant van een benzinestation, die overeenkomstig de in artikel 2 genoemde beleidsregels heeft plaatsgevonden voor inwerkingtreding van dit besluit, wordt geëerbiedigd met inachtneming van hetgeen in het op 8 november 2001 gesloten Convenant `Onderliggende rechtsrelaties' is overeengekomen.
3. Indien een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden en de exploitant door het nog niet oprichten van het benzinestation door de benzineverkoopmaatschappij nog niet tot het exploiteren van het benzinestation over kon gaan, kan die exploitant na oprichting van het benzinestation, in afwijking van het op 8 november 2001 gesloten Convenant `Onderliggende rechtsrelaties', het benzinestation 19 jaren exploiteren.