BWBR0014172
Geldig vanaf 2002-11-08
Artikel 10
Beleidsregels Protocollaire Basisadministratie
1. DPG deelt op verzoek van een geprivilegieerde aan hem mee:
a. of hij in PROBAS voorkomt;
b. welke persoonsgegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. aan wie of aan welke instanties persoonsgegevens over hem zijn verstrekt.
2. Een schriftelijk verzoek, bedoeld in het eerste lid, dient gericht te worden aan de Minister door tussenkomst van DPG.
3. Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de geprivilegieerde worden gedaan door diens gemachtigde.
4. Op een verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen vier weken, nadat het verzoek is ontvangen, schriftelijk beslist.
a. of hij in PROBAS voorkomt;
b. welke persoonsgegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. aan wie of aan welke instanties persoonsgegevens over hem zijn verstrekt.
2. Een schriftelijk verzoek, bedoeld in het eerste lid, dient gericht te worden aan de Minister door tussenkomst van DPG.
3. Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de geprivilegieerde worden gedaan door diens gemachtigde.
4. Op een verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen vier weken, nadat het verzoek is ontvangen, schriftelijk beslist.