BWBR0014117
Geldig vanaf 2002-10-13
Artikel 4
Regeling bemanning zeegaande zeilschepen
1. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden I, II en IIIA, is ten minste vereist:
a. het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;
b. het certificaat basisveiligheid;
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
d. het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; en
e. een diensttijd van 2 seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen, waarbij ten hoogste 1 seizoen op binnenwateren mag zijn behaald.
2. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden I en II volstaat, in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, een diensttijd van 2 seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen op binnenwateren.
a. het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;
b. het certificaat basisveiligheid;
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
d. het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; en
e. een diensttijd van 2 seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen, waarbij ten hoogste 1 seizoen op binnenwateren mag zijn behaald.
2. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden I en II volstaat, in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, een diensttijd van 2 seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen op binnenwateren.