BWBR0014076
Geldig vanaf 2002-09-27
Artikel 7
Subsidieregeling bekostiging landelijke organen voor leer-werktrajecten vmbo, schooljaar 2002-2003
1. De leer-werkplekken worden aan de volgende kwaliteitscriteria getoetst;
a. op de leer-werkplek of combinatie van leer-werkplekken kunnen de door het bevoegd gezag vastgestelde praktijkopdrachten daadwerkelijk worden uitgevoerd;
b. elke praktijkopdracht als zodanig kan in één bedrijf of organisatie worden uitgevoerd;
c. in het bedrijf of de organisatie is een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester aanwezig, die in staat is om kennis, inzicht en vaardigheden van de leerling te beoordelen, alsmede vorderingen daarin, en de leerling zowel werkinhoudelijk als pedagogisch-didactisch te begeleiden;
d. het bedrijf of de organisatie is bereid met de mentor of docentbegeleider van de school regelmatig contact te onderhouden;
e. het bedrijf of de organisatie waarborgt dat een leerling is gekoppeld aan een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester en dat deze leermeester ervoor zorgt dat de leerling voldoende hulp en tijd krijgt om de praktijkopdrachten uit te voeren;
f. de mogelijkheid om binnen hetzelfde bedrijf of dezelfde organisatie of branche de leerdoelen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs én de eindtermen van de basisberoepsopleiding (of assistentenopleiding) als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs te behalen, zonder grote overgangsdrempels voor de leerling;
g. het productie- of dienstverleningsproces is technisch en organisatorisch voldoende gevarieerd en kan leerlingen goed praktijkmateriaal bieden en hen gedegen opleiden;
h. de leer-werkplek past binnen de dagelijkse bedrijfsvoering;
i. het bedrijf of de organisatie is bereid de leerling de vereiste praktijkopdrachten uit te laten voeren en het werk en het stageverslag te bespreken en te beoordelen;
j. het bedrijf of de organisatie is geschikt voor de betrokken leeftijdsgroep wat kenmerken betreft als ruimte om te leren of fouten te maken, erkenning van jong zijn;
k. het bedrijf of de organisatie respecteert, voor zover van toepassing, het multiculturele karakter van de leerlingenpopulatie.
2. In de eigen regelingen van de landelijke organen zijn voorts bedrijfstakspecifieke criteria opgenomen, waarmee ondermeer wordt aangesloten bij bepalingen in de CAO’s van de bedrijfstakken.
a. op de leer-werkplek of combinatie van leer-werkplekken kunnen de door het bevoegd gezag vastgestelde praktijkopdrachten daadwerkelijk worden uitgevoerd;
b. elke praktijkopdracht als zodanig kan in één bedrijf of organisatie worden uitgevoerd;
c. in het bedrijf of de organisatie is een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester aanwezig, die in staat is om kennis, inzicht en vaardigheden van de leerling te beoordelen, alsmede vorderingen daarin, en de leerling zowel werkinhoudelijk als pedagogisch-didactisch te begeleiden;
d. het bedrijf of de organisatie is bereid met de mentor of docentbegeleider van de school regelmatig contact te onderhouden;
e. het bedrijf of de organisatie waarborgt dat een leerling is gekoppeld aan een gekwalificeerde praktijkbegeleider of leermeester en dat deze leermeester ervoor zorgt dat de leerling voldoende hulp en tijd krijgt om de praktijkopdrachten uit te voeren;
f. de mogelijkheid om binnen hetzelfde bedrijf of dezelfde organisatie of branche de leerdoelen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs én de eindtermen van de basisberoepsopleiding (of assistentenopleiding) als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs te behalen, zonder grote overgangsdrempels voor de leerling;
g. het productie- of dienstverleningsproces is technisch en organisatorisch voldoende gevarieerd en kan leerlingen goed praktijkmateriaal bieden en hen gedegen opleiden;
h. de leer-werkplek past binnen de dagelijkse bedrijfsvoering;
i. het bedrijf of de organisatie is bereid de leerling de vereiste praktijkopdrachten uit te laten voeren en het werk en het stageverslag te bespreken en te beoordelen;
j. het bedrijf of de organisatie is geschikt voor de betrokken leeftijdsgroep wat kenmerken betreft als ruimte om te leren of fouten te maken, erkenning van jong zijn;
k. het bedrijf of de organisatie respecteert, voor zover van toepassing, het multiculturele karakter van de leerlingenpopulatie.
2. In de eigen regelingen van de landelijke organen zijn voorts bedrijfstakspecifieke criteria opgenomen, waarmee ondermeer wordt aangesloten bij bepalingen in de CAO’s van de bedrijfstakken.