BWBR0014027
Geldig vanaf 2002-09-25
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar agentschap Telecom
1. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot:
a. de economische delicten, genoemd in artikel 1, onderdelen 1o, 2o en 4o, van de Wet op de economische delicten, voor zover deze de overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens de Telecommunicatiewet betreffen;
b. de strafbare feiten genoemd bij of krachtens de Telecommunicatiewet, de Postwet en het Wetboek van Strafrecht;
c. andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het gehele land.
a. de economische delicten, genoemd in artikel 1, onderdelen 1o, 2o en 4o, van de Wet op de economische delicten, voor zover deze de overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens de Telecommunicatiewet betreffen;
b. de strafbare feiten genoemd bij of krachtens de Telecommunicatiewet, de Postwet en het Wetboek van Strafrecht;
c. andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het gehele land.