BWBR0014016
Geldig vanaf 2018-06-12
Artikel 3
Instellingsbesluit Landmachtmedaille
1. De Landmachtmedaille wordt toegekend aan de militair die op of na 1 september 2002 in werkelijke dienst is of was en die op of na 1 januari 2004 in totaal over tenminste 500 dagen een of meer van de volgende toelagen heeft genoten:
a. de toelage, als bedoeld in artikel 6 van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid in verband met deelname aan een oefening van langere duur dan een etmaal (oefentoelage);
b. de toelage als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO).
2. Voor de berekening van de 500 dagen als bedoeld in het eerste lid, wordt van ieder tijdvak voorafgaand aan 1 januari 2004 waarin gedurende tenminste 30 aaneengesloten dagen operationele dienst is verricht:
a. bij of ten behoeve van het Commando Landstrijdkrachten; of
b. bij een ander krijgsmachtdeel voor zover die dienst naar het oordeel van de Commandant Landstrijdkrachten vergelijkbaar is met deze operationele dienst,
de helft van het aantal dagen in aanmerking genomen.
3. Voor de berekening van de 500 dagen als bedoeld in het eerste lid, wordt een kalendermaand gelijkgesteld aan 15 dagen ten aanzien van de militair die is of was geplaatst bij de Dienst Speciale Interventies (DSI) en die aanspraak heeft of heeft gehad op de voor deze dienst vastgestelde maandtoelage.
a. de toelage, als bedoeld in artikel 6 van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid in verband met deelname aan een oefening van langere duur dan een etmaal (oefentoelage);
b. de toelage als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO).
2. Voor de berekening van de 500 dagen als bedoeld in het eerste lid, wordt van ieder tijdvak voorafgaand aan 1 januari 2004 waarin gedurende tenminste 30 aaneengesloten dagen operationele dienst is verricht:
a. bij of ten behoeve van het Commando Landstrijdkrachten; of
b. bij een ander krijgsmachtdeel voor zover die dienst naar het oordeel van de Commandant Landstrijdkrachten vergelijkbaar is met deze operationele dienst,
de helft van het aantal dagen in aanmerking genomen.
3. Voor de berekening van de 500 dagen als bedoeld in het eerste lid, wordt een kalendermaand gelijkgesteld aan 15 dagen ten aanzien van de militair die is of was geplaatst bij de Dienst Speciale Interventies (DSI) en die aanspraak heeft of heeft gehad op de voor deze dienst vastgestelde maandtoelage.