BWBR0014015
Geldig vanaf 2002-10-26
Artikel 4
Vernieuwd instellingsbesluit marinemedaille
1. De marinemedaille wordt toegekend aan de militair die op of na 18 januari 1985 in werkelijke dienst is en die op of na 1 januari 2004 over tenminste 1080 dagen een of meer van de volgende toelagen heeft genoten:
a. de toelage, bedoeld in artikel 6 van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid, in verband met varen langer dan een etmaal (vaartoelage);
b. de vergoeding, bedoeld in artikel 6 van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid in verband met bijzondere inzet of deelname aan een oefening van langere duur dan een etmaal (vergoeding bijzondere inzet en oefentoelage);
c. de toelage bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO).
2. Voor de berekening van de 1080 dagen, bedoeld in het eerste lid, worden met 15 dagen gelijkgesteld de tijdvakken die zijn doorgebracht in werkelijke dienst in de periode van 18 januari 1985 tot en met 31 december 2003, waarin gedurende tenminste 30 aaneengesloten dagen dienst is verricht:
a. aan boord van een varend schip;
b. bij een vliegtuigsquadron van de Koninklijke marine;
c. bij een operationele eenheid van het korps mariniers;
d. bij een operationele eenheid of een ander krijgsmachtdeel, voor zover die dienst naar het oordeel van de Commandant Zeestrijdkrachten vergelijkbaar is met deze operationele dienst.
3. Voor de berekening van de 1080 dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt een kalendermaand gelijkgesteld aan 15 dagen ten aanzien van de militair die op of na 1 januari 2004 is of was geplaatst bij de Dienst Speciale Interventies (DSI) of bij de Netherlands Maritime Special Operation Forces en die aanspraak heeft of heeft gehad op de voor deze diensten vastgestelde maandtoelage.
a. de toelage, bedoeld in artikel 6 van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid, in verband met varen langer dan een etmaal (vaartoelage);
b. de vergoeding, bedoeld in artikel 6 van de Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid in verband met bijzondere inzet of deelname aan een oefening van langere duur dan een etmaal (vergoeding bijzondere inzet en oefentoelage);
c. de toelage bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties (VVHO).
2. Voor de berekening van de 1080 dagen, bedoeld in het eerste lid, worden met 15 dagen gelijkgesteld de tijdvakken die zijn doorgebracht in werkelijke dienst in de periode van 18 januari 1985 tot en met 31 december 2003, waarin gedurende tenminste 30 aaneengesloten dagen dienst is verricht:
a. aan boord van een varend schip;
b. bij een vliegtuigsquadron van de Koninklijke marine;
c. bij een operationele eenheid van het korps mariniers;
d. bij een operationele eenheid of een ander krijgsmachtdeel, voor zover die dienst naar het oordeel van de Commandant Zeestrijdkrachten vergelijkbaar is met deze operationele dienst.
3. Voor de berekening van de 1080 dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt een kalendermaand gelijkgesteld aan 15 dagen ten aanzien van de militair die op of na 1 januari 2004 is of was geplaatst bij de Dienst Speciale Interventies (DSI) of bij de Netherlands Maritime Special Operation Forces en die aanspraak heeft of heeft gehad op de voor deze diensten vastgestelde maandtoelage.