BWBR0013984
Geldig vanaf 2002-09-04
Artikel 1.3
Inzamelingsregeling CFK en halonen
In onderstaande figuur is de geldstroom grafisch weergegeven.
A is het vaste tarief dat de ontdoener betaalt aan de inzamelaar: € 5,- per kilogram gas. B is de vergoeding voor het inzamelklaar maken van het gas die de inzamelaar betaalt aan de installateur. In het geval van CFK uit een koelinstallaties bedraagt deze vergoeding € 1,50/kg. In het geval van halon afkomstig uit een brandblusinstallatie is dit € 0,25/kg. In het geval van halon afkomstig uit een handblusser bedraagt de vergoeding € 1,25/kg. C zijn de kosten die de inzamelaars maken. D is het verwerkingstarief. VROM betaalt via de uitvoeringsorganisatie het tekort van de inzamelaars, tot een maximum van € 5,- per kilogram gas.
De ontdoener betaalt het door de minister vastgestelde tarief (per kilogram) voor inzameling en verwerking aan de inzamelaar; hiertoe stuurt de inzamelaar een factuur naar de ontdoener samen met het vijfde exemplaar van het Wet milieubeheer Begeleidingsformulier (WMB). Indien de installateur werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de verwijdering en inzameling, stuurt deze een factuur naar de inzamelaar, waarin de hoeveelheden gas en de gegevens van de ontdoener zijn opgenomen. De installateur mag slechts het door de minister vastgestelde tarief in rekening brengen bij de inzamelaar. De vergoeding voor de werkzaamheden van de installateur betreffen de meerkosten die direct zijn te relateren aan het verwijderen van het gas, zoals personeelskosten, kosten van klein materiaal, van transport en van opslag, en administratieve kosten.
Indien de installateur optreedt als ontdoener (van verschillende ingezamelde hoeveelheden), betaalt deze ook het door de minister vastgestelde tarief (ontdoeners) voor inzameling en verwerking aan de inzamelaar; hiertoe stuurt de inzamelaar een factuur naar de installateur samen met het vijfde exemplaar van het WMB-formulier. Dit tarief kan hij zelf weer in rekening brengen bij de primaire ontdoeners en hij kan vervolgens het door de minister vastgestelde tarief voor installateurs in rekening brengen bij de inzamelaar.
De factuur aangaande de verwerkingskosten wordt door de inzamelaar aan de verwerker betaald op basis van de ontvangen verklaring 'Definitieve Verwerking'. De inzamelaar zal deze verwerkingskosten, voorzover ze onder de regeling vallen, op een dusdanige wijze in de administratie verwerken dat de gegevens ten behoeve van de subsidie-aanvraag zijn te herleiden. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een separate grootboekrekening 'Verwerkingskosten Halon/CFK' te gebruiken.
De inzamelaar vraagt bij de uitvoeringsorganisatie de subsidie voor het door hem ingezamelde en verwerkte gas aan. De aanvraag voor een subsidie op grond van de regeling geschiedt middels een door de minister voorgeschreven standaardformulier. De inzamelaar moet de afvalstoffenregistratie en de bewijsstukken van verwerking kunnen overleggen. Bij de subsidie-aanvraag dient de inzamelaar een accountantsverklaring over te leggen.
De aanvraag die de inzamelaar opstelt, is gebaseerd op de afgegeven afvalstroomnummers/Begeleidingsformulieren waarvan de gegevens zijn verwerkt in het bestand afvalstoffen en de verklaringen 'Definitieve Verwijdering' ontvangen van de verwerkers. Door het overpompen gaat echter, zoals reeds eerder aangegeven, de directe relatie tussen de afvalstroomnummers/Begeleidingsformulieren en de verklaringen 'Definitieve Verwerking' verloren. Meerdere partijen worden immers samengevoegd. Hiervoor dient de inzamelaar een stromenbalans op te stellen waaruit blijkt dat de hoeveelheid ontvangen gas is verwerkt dan wel nog in de opslag aanwezig is. Of de ingediende verantwoording die ten grondslag ligt aan de aanvraag aan de door de minister gestelde eisen voldoet, is ter beoordeling van de uitvoeringsorganisatie. Deze kan hiertoe een accountant inschakelen die de verantwoording controleert.
De subsidie wordt uitbetaald door de uitvoeringsorganisatie op het moment dat verwerking heeft plaatsgevonden. Aangezien de doorlooptijd voor het inzamelen minder dan 2 jaren betreft en de doorlooptijd voor verwerking naar verwachting langer, krijgt de inzamelaar te maken met de noodzaak van voorfinanciering.
De uitvoeringsorganisatie krijgt van het Ministerie van VROM de benodigde gelden ter beschikking gesteld.
A is het vaste tarief dat de ontdoener betaalt aan de inzamelaar: € 5,- per kilogram gas. B is de vergoeding voor het inzamelklaar maken van het gas die de inzamelaar betaalt aan de installateur. In het geval van CFK uit een koelinstallaties bedraagt deze vergoeding € 1,50/kg. In het geval van halon afkomstig uit een brandblusinstallatie is dit € 0,25/kg. In het geval van halon afkomstig uit een handblusser bedraagt de vergoeding € 1,25/kg. C zijn de kosten die de inzamelaars maken. D is het verwerkingstarief. VROM betaalt via de uitvoeringsorganisatie het tekort van de inzamelaars, tot een maximum van € 5,- per kilogram gas.
De ontdoener betaalt het door de minister vastgestelde tarief (per kilogram) voor inzameling en verwerking aan de inzamelaar; hiertoe stuurt de inzamelaar een factuur naar de ontdoener samen met het vijfde exemplaar van het Wet milieubeheer Begeleidingsformulier (WMB). Indien de installateur werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de verwijdering en inzameling, stuurt deze een factuur naar de inzamelaar, waarin de hoeveelheden gas en de gegevens van de ontdoener zijn opgenomen. De installateur mag slechts het door de minister vastgestelde tarief in rekening brengen bij de inzamelaar. De vergoeding voor de werkzaamheden van de installateur betreffen de meerkosten die direct zijn te relateren aan het verwijderen van het gas, zoals personeelskosten, kosten van klein materiaal, van transport en van opslag, en administratieve kosten.
Indien de installateur optreedt als ontdoener (van verschillende ingezamelde hoeveelheden), betaalt deze ook het door de minister vastgestelde tarief (ontdoeners) voor inzameling en verwerking aan de inzamelaar; hiertoe stuurt de inzamelaar een factuur naar de installateur samen met het vijfde exemplaar van het WMB-formulier. Dit tarief kan hij zelf weer in rekening brengen bij de primaire ontdoeners en hij kan vervolgens het door de minister vastgestelde tarief voor installateurs in rekening brengen bij de inzamelaar.
De factuur aangaande de verwerkingskosten wordt door de inzamelaar aan de verwerker betaald op basis van de ontvangen verklaring 'Definitieve Verwerking'. De inzamelaar zal deze verwerkingskosten, voorzover ze onder de regeling vallen, op een dusdanige wijze in de administratie verwerken dat de gegevens ten behoeve van de subsidie-aanvraag zijn te herleiden. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een separate grootboekrekening 'Verwerkingskosten Halon/CFK' te gebruiken.
De inzamelaar vraagt bij de uitvoeringsorganisatie de subsidie voor het door hem ingezamelde en verwerkte gas aan. De aanvraag voor een subsidie op grond van de regeling geschiedt middels een door de minister voorgeschreven standaardformulier. De inzamelaar moet de afvalstoffenregistratie en de bewijsstukken van verwerking kunnen overleggen. Bij de subsidie-aanvraag dient de inzamelaar een accountantsverklaring over te leggen.
De aanvraag die de inzamelaar opstelt, is gebaseerd op de afgegeven afvalstroomnummers/Begeleidingsformulieren waarvan de gegevens zijn verwerkt in het bestand afvalstoffen en de verklaringen 'Definitieve Verwijdering' ontvangen van de verwerkers. Door het overpompen gaat echter, zoals reeds eerder aangegeven, de directe relatie tussen de afvalstroomnummers/Begeleidingsformulieren en de verklaringen 'Definitieve Verwerking' verloren. Meerdere partijen worden immers samengevoegd. Hiervoor dient de inzamelaar een stromenbalans op te stellen waaruit blijkt dat de hoeveelheid ontvangen gas is verwerkt dan wel nog in de opslag aanwezig is. Of de ingediende verantwoording die ten grondslag ligt aan de aanvraag aan de door de minister gestelde eisen voldoet, is ter beoordeling van de uitvoeringsorganisatie. Deze kan hiertoe een accountant inschakelen die de verantwoording controleert.
De subsidie wordt uitbetaald door de uitvoeringsorganisatie op het moment dat verwerking heeft plaatsgevonden. Aangezien de doorlooptijd voor het inzamelen minder dan 2 jaren betreft en de doorlooptijd voor verwerking naar verwachting langer, krijgt de inzamelaar te maken met de noodzaak van voorfinanciering.
De uitvoeringsorganisatie krijgt van het Ministerie van VROM de benodigde gelden ter beschikking gesteld.