BWBR0013981
Geldig vanaf 2002-09-01
Artikel 4
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement, waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps van de regio, waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid kan, indien door openbaar vervoersbedrijven een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, is gesloten in de bijlagebij dit besluit één hoofdofficier van justitie als toezichthouder en één korpschef als direct toezichthouder worden aangewezen.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps van de regio, waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid kan, indien door openbaar vervoersbedrijven een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, is gesloten in de bijlagebij dit besluit één hoofdofficier van justitie als toezichthouder en één korpschef als direct toezichthouder worden aangewezen.