De verklaring van vrijstelling, bedoeld in artikel 2, kan slechts worden afgegeven als de houder van de verklaring met goed gevolg het examen, bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Scheldereglement heeft afgelegd.
Het examen heeft in ieder geval voor het betreffende traject betrekking op:
1° verkeersreglementering: grondige kennis van de algemene en bijzondere scheepvaartreglementen, haven- en politieverordeningen;
2° het Scheldereglement: het Scheldereglement en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten, als die van belang zijn voor de gezagvoerder;
3° communicatieprocedures: grondige kennis van de geldende marifoon- en verkeersbegeleidingsprocedures;
4° voertaal: een zodanige kennis van de Nederlandse taal dat de kandidaat de communicatie tussen het scheepvaartverkeer onderling en met de wal kan volgen;
5° praktische navigatie: grondige kennis van: a) de stromingen, getijden en banken;
b) de richtingen en diepten van de scheepvaartwegen;
c) de onder verschillende omstandigheden te sturen koersen;
d) de ligging en plaatsing van de verkeerstekens, kustlichten, ankerplaatsen en landmerken;
e) de waterstand- en spuiseinen;
f) de te gebruiken navigatiemiddelen;
g) de kunstwerken en leidingen, gelegen in of over de scheepvaartwegen;
h) de beloodsingsgebieden, met inbegrip van de gebieden waar vanaf de wal wordt geloodst;
a) de stromingen, getijden en banken;
b) de richtingen en diepten van de scheepvaartwegen;
c) de onder verschillende omstandigheden te sturen koersen;
d) de ligging en plaatsing van de verkeerstekens, kustlichten, ankerplaatsen en landmerken;
e) de waterstand- en spuiseinen;
f) de te gebruiken navigatiemiddelen;
g) de kunstwerken en leidingen, gelegen in of over de scheepvaartwegen;
h) de beloodsingsgebieden, met inbegrip van de gebieden waar vanaf de wal wordt geloodst;
6° manoeuvreren in het relevante gebied: grondige kennis van het manoeuvreren onder alle omstandigheden.