BWBR0013940
Geldig vanaf 29-11-2002
Artikel 7
Uitkeringsreglement WW 2002
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan toestaan dat de aangifte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, namens de werknemer door de werkgever wordt gedaan en dat de betaling van de uitkering door tussenkomst van de werkgever plaatsvindt, indien de werknemer, terwijl de dienstbetrekking voortduurt, werkloos is geworden uitsluitend als gevolg van vorst, sneeuwval, hoog water of andere buitengewone natuurlijke omstandigheden, of als gevolg van een werktijdverkorting, waarvoor ingevolge artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 vergunning is verleend.
2. De werkgever, aan wie is toegestaan aangifte te doen van werkloosheid als bedoeld in het eerste lid, houdt een administratie aan van de dagen waarop en de uren gedurende welke de werknemer of werknemers, namens wie hij genoemde aangifte heeft gedaan, uitsluitend als gevolg van de in het eerste lid genoemde omstandigheden niet hebben gewerkt, overeenkomstig de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan deze administratie gestelde eisen.
3. De werkgever aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, doet aangifte overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en draagt er zorg voor dat de in artikel 2, eerste lid, bedoelde aanvraag van ieder van de werknemers, op wie de aangifte betrekking heeft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste en tweede lid, wordt, ingediend.
4. De werkgever aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, zendt de werkbriefjes van ieder van de werknemers, namens wie hij aangifte van werkloosheid heeft gedaan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 tegen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan te geven tijdstip aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
5. Indien de werkgever aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, één of meer verplichtingen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid niet of niet behoorlijk nakomt, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten om de door de werkgever als voorschot op de uitkering aan de werknemer gedane betalingen, geheel of gedeeltelijk niet te vergoeden.
6. Indien en voorzover de in het vijfde lid bedoelde betalingen naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten onrechte zijn vergoed in verband met het feit dat door de werkgever niet of niet behoorlijk is voldaan aan één of meer verplichtingen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten om deze vergoeding geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Deze werkgever is alsdan verplicht binnen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen termijn aan deze vordering te voldoen.
2. De werkgever, aan wie is toegestaan aangifte te doen van werkloosheid als bedoeld in het eerste lid, houdt een administratie aan van de dagen waarop en de uren gedurende welke de werknemer of werknemers, namens wie hij genoemde aangifte heeft gedaan, uitsluitend als gevolg van de in het eerste lid genoemde omstandigheden niet hebben gewerkt, overeenkomstig de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan deze administratie gestelde eisen.
3. De werkgever aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, doet aangifte overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en draagt er zorg voor dat de in artikel 2, eerste lid, bedoelde aanvraag van ieder van de werknemers, op wie de aangifte betrekking heeft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste en tweede lid, wordt, ingediend.
4. De werkgever aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, zendt de werkbriefjes van ieder van de werknemers, namens wie hij aangifte van werkloosheid heeft gedaan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 tegen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan te geven tijdstip aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
5. Indien de werkgever aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, één of meer verplichtingen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid niet of niet behoorlijk nakomt, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten om de door de werkgever als voorschot op de uitkering aan de werknemer gedane betalingen, geheel of gedeeltelijk niet te vergoeden.
6. Indien en voorzover de in het vijfde lid bedoelde betalingen naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten onrechte zijn vergoed in verband met het feit dat door de werkgever niet of niet behoorlijk is voldaan aan één of meer verplichtingen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten om deze vergoeding geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Deze werkgever is alsdan verplicht binnen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen termijn aan deze vordering te voldoen.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013940
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl