BWBR0013932
Geldig vanaf 2002-08-01
Artikel 2
Subsidieregeling terugdringing salmonella in de pluimveesector
1. De minister stelt op aanvraag een subsidie vast voor de ondernemer die overeenkomstig de verordening een met salmonella besmet koppel laat ruimen, dan wel broedeieren van een met salmonella besmet koppel laat verwerken of vernietigen.
2. De subsidie bedraagt:
a) per geruimd vrouwelijk ouderdier van een legras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage I;
b) per geruimd vrouwelijk ouderdier van een vleesras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage II;
c) per geruimd vrouwelijk grootouderdier van een legras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage III;
d) per geruimd vrouwelijk grootouderdier van een vleesras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage IV;
e) per verwerkt of vernietigd broedei: het bedrag genoemd in bijlage V.
3. Voor de vaststelling van de leeftijd van een vrouwelijk dier geldt als peildatum de datum van de vaststelling van de besmetting, zoals genoemd in het besluit.
4. De subsidie wordt slechts verleend indien uit de door de ondernemer verstrekte gegevens blijkt dat de:
a) besmetting van het koppel in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de verordening;
b) voorzitter van het PPE een besluit krachtens artikel 6, tweede lid, van de verordening, heeft genomen;
c) instantie die door het PPE is aangewezen om controle te houden op de naleving van de verordening, blijkens schriftelijke rapportage het aantal geruimde dieren en verwerkte of vernietigde broedeieren heeft vastgesteld en op de daadwerkelijke ruiming van het koppel dan wel de verwerking of de vernietiging van de broedeieren heeft toegezien;
d) ondernemer ten gunste van de Staat der Nederlanden afstand doet van de slachtopbrengst van het koppel of de opbrengst van de broedeieren;
e) ondernemer de aanvraag binnen acht weken na verzending van het besluit heeft ingediend, dan wel uiterlijk acht weken na de inwerkingtreding van deze regeling voorzover de besmetting heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze regeling.
2. De subsidie bedraagt:
a) per geruimd vrouwelijk ouderdier van een legras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage I;
b) per geruimd vrouwelijk ouderdier van een vleesras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage II;
c) per geruimd vrouwelijk grootouderdier van een legras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage III;
d) per geruimd vrouwelijk grootouderdier van een vleesras, niet ouder dan 55 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage IV;
e) per verwerkt of vernietigd broedei: het bedrag genoemd in bijlage V.
3. Voor de vaststelling van de leeftijd van een vrouwelijk dier geldt als peildatum de datum van de vaststelling van de besmetting, zoals genoemd in het besluit.
4. De subsidie wordt slechts verleend indien uit de door de ondernemer verstrekte gegevens blijkt dat de:
a) besmetting van het koppel in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de verordening;
b) voorzitter van het PPE een besluit krachtens artikel 6, tweede lid, van de verordening, heeft genomen;
c) instantie die door het PPE is aangewezen om controle te houden op de naleving van de verordening, blijkens schriftelijke rapportage het aantal geruimde dieren en verwerkte of vernietigde broedeieren heeft vastgesteld en op de daadwerkelijke ruiming van het koppel dan wel de verwerking of de vernietiging van de broedeieren heeft toegezien;
d) ondernemer ten gunste van de Staat der Nederlanden afstand doet van de slachtopbrengst van het koppel of de opbrengst van de broedeieren;
e) ondernemer de aanvraag binnen acht weken na verzending van het besluit heeft ingediend, dan wel uiterlijk acht weken na de inwerkingtreding van deze regeling voorzover de besmetting heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze regeling.