1. Vrijstelling van
artikel 3, eerste lid, van de wetwordt verleend aan ondernemingen die het bedrijf van hotel uitoefenen en die als logiesverstrekkend bedrijf zijn ingeschreven in een door het Bedrijfschap Horeca en Catering bijgehouden register, voorzover het betreft het wisselen van munten of bankbiljetten en het uitbetalen van munten of bankbiljetten op vertoon van een creditcard of tegen inlevering van een of meer cheques, met een tegenwaarde van ten hoogste € 500 per gast per overnachting, voor natuurlijke personen aan wie tevens door het hotel tegen betaling logies wordt verstrekt.
2. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende voorschriften verbonden:
a. reclame-uitingen met betrekking tot de vrijgestelde werkzaamheden zijn slechts toegelaten voorzover het betreft: het uitstallen van koersenborden die niet vanaf de openbare weg leesbaar zijn;
vermelding in folders en brochures die in hoofdzaak de hoofdactiviteit betreffen;
vermelding, al dan niet met behulp van pictogrammen, in hotelgidsen;
vermelding in het interne communicatiecircuit van het hotel;
het uitstallen van koersenborden die niet vanaf de openbare weg leesbaar zijn;
vermelding in folders en brochures die in hoofdzaak de hoofdactiviteit betreffen;
vermelding, al dan niet met behulp van pictogrammen, in hotelgidsen;
vermelding in het interne communicatiecircuit van het hotel;
b. buitenlandse munten en bankbiljetten die worden gebruikt of verworven bij de vrijgestelde werkzaamheden mogen slechts worden betrokken of afgestort bij een financiële onderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die bevoegd is in Nederland het bedrijf van betaaldienstagent, betaaldienstverlener of bank uit te oefenen dan wel bij een geldtransactiekantoor dat is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de wet. Met de desbetreffende betaaldienstagent, betaaldienstverlener, bank of geldtransactiekantoor dient in verband hiermee een duurzame overeenkomst te zijn gesloten;
c. er dient een administratie te worden bijgehouden waarin van iedere geldtransactie wordt vastgelegd: de datum, het type transactie, de betrokken valuta's, de omvang van de transactie, de naam van de cliënt en het kamernummer van de cliënt. Voorts dient uit de administratie te blijken waar en wanneer buitenlandse munten en bankbiljetten zijn betrokken en afgestort;
d. de onder c bedoelde gegevens dienen tot vijf jaar na het uitvoeren van de transactie te worden bewaard.