BWBR0013894
Geldig vanaf 2002-07-19
Artikel 7
Besluit vaststelling protocol Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren
7.1. De SEV stelt over de in behandeling genomen projectplannen een advies op voor de minister, als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de regeling.
7.2. De SEV maakt daarbij gebruik van de adviezen van het team van externe deskundigen en de interdepartementale klankbordgroep.
7.3. Aan de ondersteunende activiteiten die de SEV heeft verricht bij de totstandkoming van het projectplan kunnen geen rechten worden ontleend ten aanzien van het advies over het projectplan.
7.4. Bij een advies over een projectplan zijn als bijlagen het advies van het team van externe deskundigen en het advies van de interdepartementale klankbordgroep bijgevoegd.
7.5. Om te komen tot een advies over de hoogte van de subsidie worden door de SEV de volgende uitgangspunten gehanteerd:
7.5.1 ten hoogste 50 procent van de kosten van de projectvoorbereiding komt voor subsidiering in aanmerking;
7.5.2 met projectvoorbereiding wordt in dit verband bedoeld: activiteiten die nodig zijn om het project, zoals beschreven in het projectplan, daadwerkelijk te laten starten;
7.5.3 de subsidie voor de uitvoering van het projectplan is afhankelijk van het aantal wooneenheden en zal worden vastgesteld aan de hand van normbedragen per wooneenheid per jaar en wel: 7.5.3.1 € 8.000 per wooneenheid gedurende het eerste projectjaar;
7.5.3.2 € 6.000 per wooneenheid gedurende het tweede projectjaar;
7.5.3.3 € 4.000 per wooneenheid gedurende het derde projectjaar;
7.5.4 de normbedragen zijn naar eigen inzicht van de intermediair te besteden aan relevante onderdelen van de uitvoering van het project.
7.5.5. in bijzondere gevallen kan de SEV de minister adviseren van de normbedragen af te wijken.
7.5.3.1 € 8.000 per wooneenheid gedurende het eerste projectjaar;
7.5.3.2 € 6.000 per wooneenheid gedurende het tweede projectjaar;
7.5.3.3 € 4.000 per wooneenheid gedurende het derde projectjaar;
7.5.4 de normbedragen zijn naar eigen inzicht van de intermediair te besteden aan relevante onderdelen van de uitvoering van het project.
7.5.5. in bijzondere gevallen kan de SEV de minister adviseren van de normbedragen af te wijken.
7.6. De SEV kan in haar advies adviseren over het eventueel stellen van nadere verplichtingen als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de regeling.
7.2. De SEV maakt daarbij gebruik van de adviezen van het team van externe deskundigen en de interdepartementale klankbordgroep.
7.3. Aan de ondersteunende activiteiten die de SEV heeft verricht bij de totstandkoming van het projectplan kunnen geen rechten worden ontleend ten aanzien van het advies over het projectplan.
7.4. Bij een advies over een projectplan zijn als bijlagen het advies van het team van externe deskundigen en het advies van de interdepartementale klankbordgroep bijgevoegd.
7.5. Om te komen tot een advies over de hoogte van de subsidie worden door de SEV de volgende uitgangspunten gehanteerd:
7.5.1 ten hoogste 50 procent van de kosten van de projectvoorbereiding komt voor subsidiering in aanmerking;
7.5.2 met projectvoorbereiding wordt in dit verband bedoeld: activiteiten die nodig zijn om het project, zoals beschreven in het projectplan, daadwerkelijk te laten starten;
7.5.3 de subsidie voor de uitvoering van het projectplan is afhankelijk van het aantal wooneenheden en zal worden vastgesteld aan de hand van normbedragen per wooneenheid per jaar en wel: 7.5.3.1 € 8.000 per wooneenheid gedurende het eerste projectjaar;
7.5.3.2 € 6.000 per wooneenheid gedurende het tweede projectjaar;
7.5.3.3 € 4.000 per wooneenheid gedurende het derde projectjaar;
7.5.4 de normbedragen zijn naar eigen inzicht van de intermediair te besteden aan relevante onderdelen van de uitvoering van het project.
7.5.5. in bijzondere gevallen kan de SEV de minister adviseren van de normbedragen af te wijken.
7.5.3.1 € 8.000 per wooneenheid gedurende het eerste projectjaar;
7.5.3.2 € 6.000 per wooneenheid gedurende het tweede projectjaar;
7.5.3.3 € 4.000 per wooneenheid gedurende het derde projectjaar;
7.5.4 de normbedragen zijn naar eigen inzicht van de intermediair te besteden aan relevante onderdelen van de uitvoering van het project.
7.5.5. in bijzondere gevallen kan de SEV de minister adviseren van de normbedragen af te wijken.
7.6. De SEV kan in haar advies adviseren over het eventueel stellen van nadere verplichtingen als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de regeling.