BWBR0013884
Geldig vanaf 2002-09-06
Artikel 4
Regeling Regionaal Historisch Centrum 'Gelders Archief'
1. Het algemeen bestuur bestaat uit 6 leden.
2. De minister wijst 3 leden aan.
3. De raad van de gemeente Arnhem, de voorzitter inbegrepen, wijst uit zijn midden of uit de kring van wethouders 2 leden aan.
4. De raden van de gemeenten Renkum, Rheden en Rozendaal, de voorzitters inbegrepen, wijzen uit hun midden of uit de kring van wethouders gezamenlijk 1 lid aan.
5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.
6. Het lidmaatschap van de leden die door de raden van de gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van de raad of het college van B&W waaruit het lid is aangewezen.
7. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vijfde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
8. De raad van de gemeente beslist uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raad over de aanwijzing, bedoeld in het derde en vierde lid.
9. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de raden of de minister zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
10. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
11. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.
2. De minister wijst 3 leden aan.
3. De raad van de gemeente Arnhem, de voorzitter inbegrepen, wijst uit zijn midden of uit de kring van wethouders 2 leden aan.
4. De raden van de gemeenten Renkum, Rheden en Rozendaal, de voorzitters inbegrepen, wijzen uit hun midden of uit de kring van wethouders gezamenlijk 1 lid aan.
5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.
6. Het lidmaatschap van de leden die door de raden van de gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van de raad of het college van B&W waaruit het lid is aangewezen.
7. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vijfde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
8. De raad van de gemeente beslist uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raad over de aanwijzing, bedoeld in het derde en vierde lid.
9. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de raden of de minister zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
10. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.
11. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.