BWBR0013878
Geldig vanaf 14-09-2002
Artikel 3
Retributieverordening inzake ontheffingen van de vaccinatieplicht tegen de Ziekte van Aujeszky 2002
1. Indien de krachtens deze verordening verschuldigde retributie is betaald aan de Gezondheidsdienst, te dier zake optredende als gemachtigde van het Productschap, is degene, die de retributie is verschuldigd, daarmee gekweten.
2. Voor zover het bepaalde in het eerste lid geen toepassing heeft gevonden, geschiedt de oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde retributie door de voorzitter. De betaling dient te geschieden binnen één maand na dagtekening van de oplegging.
2. Voor zover het bepaalde in het eerste lid geen toepassing heeft gevonden, geschiedt de oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde retributie door de voorzitter. De betaling dient te geschieden binnen één maand na dagtekening van de oplegging.
- Wet
- Retributieverordening inzake ontheffingen van de vaccinatieplicht tegen de Ziekte van Aujeszky 2002
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013878
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl