BWBR0013832
Geldig vanaf 2002-07-10
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2002
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED;
het Binnenvaartpolitiereglement; de Scheepvaartverkeerswet; artikel 3, tweede lid, van het Reglement houdende voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren; Bijlage 4 van het VBG; de Wrakkenwet;
artikel 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Fryslân, tenzij in verband met een concreet opsporingsonderzoek optreden buiten het grondgebied van de provincie Fryslân noodzakelijk is, in welk geval de opsporingsbevoegdheid zich alsdan uitstrekt over het grondgebied van Nederland.
de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED;
het Binnenvaartpolitiereglement; de Scheepvaartverkeerswet; artikel 3, tweede lid, van het Reglement houdende voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren; Bijlage 4 van het VBG; de Wrakkenwet;
artikel 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Fryslân, tenzij in verband met een concreet opsporingsonderzoek optreden buiten het grondgebied van de provincie Fryslân noodzakelijk is, in welk geval de opsporingsbevoegdheid zich alsdan uitstrekt over het grondgebied van Nederland.