BWBR0013798
Geldig vanaf 2020-07-01
Artikel 33
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
1. Voordat een bestuursorgaan aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid, en voordat een bestuursorgaan een voor de betrokkene en de in de voorgenomen beschikking in verband met deze gronden genoemde derde negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, stelt het de betrokkene en de in de voorgenomen beschikking in verband met deze gronden genoemde derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon met een overheidstaak die een beslissing neemt ter zake van:
a. de gunning van een overheidsopdracht of het sluiten van de met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst;
b. de toestemming, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel c;
c. de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund;
d. het aangaan van een vastgoedtransactie;
e. de opschorting of ontbinding van de overeenkomst of de beëindiging van de rechtshandeling waarmee de vastgoedtransactie is aangegaan.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid zijn de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4:9 tot en met 4:12 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon met een overheidstaak die een beslissing neemt ter zake van:
a. de gunning van een overheidsopdracht of het sluiten van de met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst;
b. de toestemming, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel c;
c. de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund;
d. het aangaan van een vastgoedtransactie;
e. de opschorting of ontbinding van de overeenkomst of de beëindiging van de rechtshandeling waarmee de vastgoedtransactie is aangegaan.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid zijn de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4:9 tot en met 4:12 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van overeenkomstige toepassing.