BWBR0013758
Geldig vanaf 2002-06-19
Artikel 7
Tijdelijke subsidieregeling Stichting voor Gedeeld Autogebruik
De subsidieverlening kan worden geweigerd indien:
a. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de stichting niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de stichting niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
d. de stichting in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
e. de stichting ontbonden wordt, failliet is verklaard of aan de stichting surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
a. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de stichting niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de stichting niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
d. de stichting in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
e. de stichting ontbonden wordt, failliet is verklaard of aan de stichting surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.